III Leert de apostel Paulus opwekking aan het eind van deze genadetijd? (2)

“Weet dit wel”, begint Paulus en vermaant: “houdt ook deze op een afstand” en eindigt “U daarentegen …“ (2Tim 3:1-12). Wij moeten dus bereid zijn om iets te willen weten en daaruit dan de consequenties te trekken.
Paulus schrijft: “Weet dit wel, dat er in de laatste dagen zware tijden  zullen komen: want de mènsen zullen zijn …”. “Zware tijden” (Gr. kairoi) staan dus niet in verband met een economische of financiële crisis, niet met een multiculturele of ecologische crisis e.d. Ze hebben alles te maken met de innerlijke instelling van de mensen tot God en tot zich zelf en zodoende tot de naaste. Paulus somt driemaal zes kenmerken van de mensen van deze “laatste dagen”.
Het is niet de bedoeling om al deze verzen uitvoerig te behandelen. We betrachten er slechts enkele. Het eerste kenmerk van de “zware tijden” is dat de mensen “zich zèlf liefhebben” – het laatste kenmerk: “in plaats van veeleer God lief te hebben”. Beide sluiten elkaar uit, precies zoals “God plus de mammon liefhebben en dienen” elkaar uitsluiten (Mt 6:24).

Eigenliefde en zelfaanvaarding
Dat de zondige mens zichzelf liefheeft is niets nieuws. Daarom was het oude gebod voor Israël onder de wet van Mozes de naaste lief zoals men gewend is zichzelf lief te hebben. De oude maatstaf voor naastenliefde was dus de al aanwezige eigenliefde in ieder mens.
Het bijzondere is dat God toen al profetisch licht op de psychologie van de eigenliefde in de laatste periode van de genadetijd gaf. Deze humanistische ideologie van de eigenliefde en zelfaanvaarding werd door Erich Fromm (1900-1980), een oorspronkelijk orthodoxe Jood, in de psychoanalyse geïntegreerd. Op die manier probeerde hij haar ‘wetenschappelijk’ te legitimeren.[1]
De vroeger bekende Duitse psycholoog Walter Ttrobisch had gemeend de (uitgesproken atheïstische) ideologie van Erich Fromm met de christelijke leer te kunnen combineren. Door zijn boek “Liebe dich selbst” heeft hij talloze, vooral jonge, christenen misleid.[2]
Tot op heden worden humanistische begrippen met vooral het woordje “zelf” door christenen aan Gods Woord toegevoegd, zoals zelfacceptatie, zelfrespect, zelfontplooiing, zelfverwerkelijking, jezelf zijn. Al dergelijke toevoegingen verdraaien Gods Woord en vallen onder het ernstige oordeel uit Spreuken 30:6.
Bijbelse begrippen met ‘zelf’ zijn daarentegen: zelfverloochening en zelfcontrole (Lk 9:23; 14:27; Gal 5:22; 2Pe 1:6).

Conclusie

Bijbelse toerusting van (jonge) christenen betekent in verband met 2Timotheüs 3:1-5: deze driemaal zes eigenschappen van de mens van de laatste tijd eerst als een spiegel te behandelen. Immers: “Maar u geheel anders. U hebt Christus leren kennen” (Ef 4:20). Daarna is het goed om samen antwoorden uit de Schrift op deze kenmerken te vinden en te leren toepassen.

Verkondig het woord, weerleg, bestraf en bemoedig. Want er komt een bepaalde tijd  (Gr. kairos)
De apostel Paulus leert Timoteüs wat hij voor het aanbreken van die kritieke tijden moet doen, o.a.:

*  van zulke mensen van het vorige hoofdstuk “zich afkeren” ,
*  het voorbeeld van leer en leven, van volharding en lijden van de apostel na te volgen,
*  er mee rekening te houden dat allen die godvruchtig willen leven, vervolgd zullen worden,
*  Gods Woord te blijven verkondigen, gelegen of ongelegen,
nuchter te blijven, het lijden daardoor te aanvaarden en de opgedragen dienst geheel te vervullen
(2Tim 3:5,10-12; 2Tim 4:1-5).

IV  Promoot Petrus voorbereiding voor opwekking in onze tijd?

“ … door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken. Maar zijn er óók valse (pseudo) profeten onder het volk (Israël) geweest, zoals er onder u valse (pseudo)leraars zullen komen” (2Pe1:21-2:1-3). Zij matigen zich de gave en taak van Bijbelleraar (Ef 4:11; Rom 12:7-8) aan, maar voeren heimelijk verderfelijke ketterijen in. Zij loochenen de Heer (Jezus) die hen gekocht heeft … En velen zullen hun losbandigheid navolgen, zodat door hún schuld de weg der waarheid gelasterd wordt”.

De weg der waarheid
“Laat de zonde niet langer als koning heersen in sterfelijke lichaam, zodat u aan zijn begeerten zou gehoorzamen … maar stelt u ten dienste van God …” (Rom 6:12-13). “Wijdt geen zorgen aan het vlees, zodat begeerten opgewekt worden” ((Rom13:14). “Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd” (Gal 5:24; Zie ook 1Tim 2:2; 1Pe 2:11; 1Joh 2:16). Petrus schrijft aan gelovigen dat zij “ontkomen zijn aan het verderf dat dóór de begeerte in de wereld heerst” (2Pe 1:4-8).

Achtergrond van deze valse leraars
Maar nu zullen eigenmachtige leraars komen die heimelijk een libertijnse boodschap brengen ter rechtvaardiging van hun eigen begeerte “naar onreinheid, het vlees volgende en heerschappij verachtende” (1Pe 2:10). Zij willen heer en meester over zich zelf blijven – ‘baas in eigen buik’.
Zij zijn er blijkbaar van op de hoogte dat Jezus Christus hen “duur gekocht” heeft met Zijn zoenbloed aan het kruis van Golgotha. Misschien hebben zij zelfs “Jezus als Heiland aangenomen”, maar niet als Heer van hun hele leven, inclusief als Heer van hun lichaam.

In onze tijd staan wij voor het probleem
* dat Johannes’ beschrijving (tussen ca. 80-90) aangaande de houding van Israël tegenover Jezus,
hun Messias (Joh 1:12) als evangelistische tekst gebruikt wordt. Dat lezen wij echter nergens in
het boek Handelingen (eindigt vóór de brand in Rome in het jaar 64) .
Zie Christus’ opdracht aan de discipelen wat betreft de inhoud van evangelistische verkondiging
(Lk 24:47: bekering! daarom Petrus: Hnd 2:36; 3:19), als ook Zijn opdracht aan de apostel Paulus
(Hnd 26:18-20). Let  bovendien op de verkondiging van God Zelf (Hnd 17:30-31)!
* dat bovendien een oproep meestal beperkt blijft tot ‘Jezus als Heiland aannemen’. Velen zijn
daardoor onwetend over de prediking van Paulus die ook “Christus Jezus als Heer” verkondigde
(2Kor 4:5; Rom 10:9).
* dat velen ‘Jezus als Heiland hebben aangenomen’, maar zich niet naar Christus’ model bekeerd
hebben (Hnd 26:18-20) en het Bijbelse doel van bekering niet kennen (1Kor 6:19-20; 1Ts 1:9-10).
Op die manier is er minder weerstand tegen verleidingen op allerlei gebied en kunnen dergelijke valse libertijnse ‘leraars’ van vandaag grotere aantrekkingskracht uitoefenen.
Verleidingen zijn er niet alleen op het terrein van zelfverdoving door alcohol en drugs. Er zijn parallellen op religieus vlak. Een spiritueel verdooft en onbeheerst zijn kunnen wij ook tegenkomen tijdens samenkomsten en conferenties van christenen.
Bijvoorbeeld door het zingen bij bepaalde muziek met een bepaald ritme, waarbij voortdurend een aantal zinnen of coupletten herhaald worden; maar ook door handoplegging of andere fysieke aanraking, waarna iemand in vervoering raakt, tegen de grond gesmeten wordt en geen macht meer over zijn lichaam en ledematen heeft (zgn. slain of the spirit); door het spreken‘tongentaal’ enz. Kortom, door spirituele verdoving en drugs.

Conclusie  

In onze tijd moet men (vooral jonge) christenen helpen om zich zelf en onze samenleving te toetsen.
Zij moeten een Bijbels antwoord weten te vinden en te geven met hun leveninstelling en mond.

“Weest nuchter en waakzaam. Uw tegenstander, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw
op zoek naar wie hij kan verslinden. Biedt weerstand aan hem, vast in het geloof, wetend dat
dezelfde lijden zich aan uw broederschap vervullen die in de wereld is” (1Pe 5:5-11).

 

Els Nannen, september 2013

 

 


[1] Op 26jarige leeftijd werd hij Boeddhist. Toen hij later de werken van Karl Marx leerde kennen, probeerde hij een synthese tussen Marx en Freud te construeren. Fromm werd humanist in de zin van radicaal humanisme. Voor een verdere bespreking van Erich Fromm en zijn werken:  Selbstliebe und Selbstannahme. Kritische Betrachtungen anhand der Bibel, Bibelbund. Verlag Bibel und Gemeinde, Hammerbrücke, 5e druk, tachtiger jaren. Ned. Vertaling: Eigenliefde en zelfaanvaarding? (pag. 6-20).Werkgroep schepping, Hengelo 1998

[2] Ned. vertaling, samen met een ander boek van Trobisch: Leen mij je ogen, J.H.Kok, Kampen. Kritische bespreking van Liebe dich selbst van Trobisch ook in Ned. vertaling: Eigenliefde en zelfaanvaarding, pag. 21-48. Zie voetnoot 3