“Tijd voor opwekking”?  (1)

 Al decennia dromen overal christenen van een Opwekking hier en nu. Het verlangen ernaar en gebed ervoor zien wij veelal in de pinkster-charismatische gezindte. Men laat zich door allerlei ‘profetieën’ inspireren en leiden. Anderen laten zich echter door tegengestelde ‘profetieën’ imponeren, namelijk door voorspellingen over aanstaande oordelen van God.

Een van de organisaties in Nederland die zich met het thema Opwekking bezighouden, is Heart Cry Nederland . Leider is Arjan Baan met een Reformatorische achtergrond. Hij werkte eerst als stadszendeling, maar dat liep niet zo goed. Toen zou “God tot hem gesproken” hebben: “Arjan, jij moet terug naar de reformatorische gezindte, want als daar een opwekking uitbreekt, gaat God jongelui, jongeren inschakelen om het evangelie in de stad te brengen”. Zo werkt Baan nu vooral onder jongeren uit de Reformatorische gezindte.

Op de website van zijn Heart Cry staan meer dan 100 artikelen over Opwekking. Een You Tube video heet “Tijd voor Opwekking”. De vraag is wel: Staat er in de Bijbel een belofte van een Opwekking in deze ten einde lopende tijd van Gods genade in zijn Zoon, Jezus Christus?

In oktober 2013 wordt er een conferentie over Opwekking gehouden met als thema Heart Cry for revival Opwekkingsconferentie. Hoofdthema is “Vuur op de kansel brengt vuur in de gemeente”, Lukas 1:17. Welk vuur wordt bedoeld? Er bestaat immers ook “vreemd vuur”, nota bene door zonen van de priester Aäron, dus uit een vroom en de Here dienend gezin (Lev10:1-5).
Moeten wij terug tot de boodschap van Johannes de Doper, de laatste profeet van het Oude Testament? En moeten wij op bovengenoemde tekst over zijn speciale dienst voor het toenmalige Israël ons verlangen naar een opwekking baseren en op grond daarvan het antwoord op dat verlangen verder uitwerken?
Of  is Christus’ model voor evangelistische boodschap die Hij aan de apostel Paulus opdroeg, ook de inhoud van ónze evangelieprediking (Hand 26:18-20)? Is het niet verontrustend dat er duizenden christenen zijn die ‘Jezus als hun Heiland aangenomen’, maar zich nooit naar Christus’ maatstaf met berouw bekeerd hebben? Is het dan ook niet begrijpelijk dat er vaak geen “werken in overeenstemming met hun berouw” volgden?

Ook op de Bijbelschool van Heart Cry wordt bij het vak kerkgeschiedenis de nadruk gelegd op opwekkingen uit het verleden. De vraag is wel, vanuit welke vooronderstelling en met welk doel wordt in dit vak lesgegeven? Komen ook de ernstige schaduwkanten eerlijk aan het licht, zoals dwaalleringen, onstuimige gebedssamenkomsten evenals andere onbijbelse begeleidende verschijnselen? Bedenkelijke verschijnselen zoals tijdens de zogenaamde Toronto opwekking in Amerika waren immers helemaal niet nieuw. Ze kwamen al tijdens opwekkingen in de eind negentiende/begin twintigste eeuw voor. Zijn deze verschijnselen niet kenmerkend voor “de oude mens” of zelfs voor “een andere geest”?

“Geroepen tot voorbidder”

Arjan Baan begint zijn artikel met een opwekking in 1825 in de VS[1]. Deze zou “te danken” zijn aan een “lichamelijk zwakke vrouw” met een “gebedslast voor verloren zondaars. Zij worstelde op haar knieën net zo lang … totdat al haar lichaamskracht op was. Toen uiteindelijk de doorbraak kwam, daalde vrede en vreugde in haar ziel. Vreugdevol riep zij uit: “De Heer is gekomen, De Heer is gekomen! Dat is pure waarheid”!
Moet deze vrouw nu als voorbeeld of eerder als waarschuwing voor ons dienen? Immers, wekt het citaat niet de indruk dat wij als Gods kinderen tot uitputting toe onze hemelse Vader omver moeten bidden opdat Hij eindelijk bereid zou zijn te horen en te verhoren?
Welke kant wil Arjan Baan uit en wil hij de (vooral jonge) christenen met zijn veelvuldige nadruk op opwekking uitsturen, ook met zijn Opwekkingsconferentie?

 Gods geopenbaarde wil

*  Het is God Zelf die “heden aan de mensen verkondigt, dat zij allen overal tot berouwvolle bekering moeten komen, omdat …” (Hand 17:30-31). Het is God Zelf “die niet wil,dat sommigen verloren gaan, maar dat allen tot berouwvolle bekering komen” (2Pe 3:9; Joh 3:16). Daarvoor heeft God immers zijn Zoon en zijn Woord gegeven! Niet een haast dwingend gebed en niet gebed los van concrete Woordverkondiging, maar “Het evangelie is een kracht Gods tot behoud voor ieder die gelooft” (Rom 1:16). En dat is “het woord van het kruis”, dat de apostel Paulus ons tot voorbeeld onafgebroken verkondigde – niet onze droom van een opwekking nu (1Kor 1:18,21,23; 2:2).

* Het is Jezus Christus Zelf die voorzegde, dat Hijzelf in de Heilige Geest tot de Zijnen en in hen zou komen. Dat is sinds Pinksteren gebeurd (Joh 14:171-18,20,28; 1Kor 3:1; 6:19). Welke ‘Heer’ was dan op dat lichamelijk uitputtende gebed van bovengenoemde vrouw ‘gekomen’?

“Tijd voor Opwekking”?

Wat ons nu eerst bezig houdt is de vraag: Als “Tijd voor Opwekking” géén Bijbelse belofte inhoudt, welke gevaren kleven dan aan een dergelijke intensieve promoting van verlangen en uitzien naar en van bidden om een Opwekking in onze tijd?
Wat zegt de Bijbel over deze ernstige tijd, waarin wij nu leven? Wat zegt de Here Jezus Zelf profetisch daarover? En Petrus, apostel voor het volk Israël? Of ook Paulus, apostel voor de niet-Joden (de volken)?
Wij kunnen onszelf en onze medechristenen maar op één visie op onze huidige tijd en toekomst op Bijbelse wijze voorbereiden: òf op de Bijbelse leer en profetieën over het einde van deze genade tijd òf op menselijke wensdromen.

I Belooft Christus opwekking aan het einde van deze genadetijd?

Toen de 12 discipelen op de Olijfberg met Jezus alleen waren, vroegen zij Hem naar het teken van de beëindiging van dit tijdsbestek (Mt 24:3 e.v.; Mk 13:3 e.v.). Het Griekse woord aioon betekent hier de periode van Gods genade in zijn Zoon, Jezus Christus. Het is “het jaar van het welbehagen  van Jahweh” of “het aangename jaar des Heren” (Js 61:1-2a; Lk 4:18-21). Dit ten einde lopende “jaar” van Gods tijd van genade gaat langzaam over in “een dag van de wraak van onze God” (Js 61:2b; vgl. 2Ts 1:7-8).
Christus spreekt heel ernstig en nadrukkelijk dat er o.a. vele verleiders zullen komen die zich voor ‘de Christus’ zullen uitgeven. Zij zullen velen verleiden. En er zullen vele valse profeten opstaan. Ook zij zullen velen verleiden. Zij zullen grote tekenen en wonderen doen.
Daarom begint de Here Jezus met de waarschuwing aan het adres van zijn discipelen (!): “Ziet toe, dat niemand u verleide!” Dat impliceert dat ook echte discipelen van Jezus Christus gevaar lopen om verleid en daardoor verleide verleiders te worden! Wie denkt: Ik kan niet verleid en misleid worden, is al door zijn ‘oude mens’ krachtig misleid. Een uit God geboren christen heeft immers nog tot zijn dood de zondige ‘oude mens’ in zich. Deze ’oude mens’ in ieder kind van God is niet bekeerd en kàn dat ook niet. Hij kan dus verleid, misleid, bedrogen worden èn bedriegen!

 “Na ons de zondvloed”?

Er zijn christenen die vanuit hun theologisch vooroordeel denken en verkondigen dat zij met al die voorspelde onheilstekenen “niets te maken hebben”. Zij zijn dan immers ‘bij de Heer’. Zodoende nemen zij voor zichzelf en voor anderen alle waarschuwingen t.a.v. deze ten eindelopende genadetijd niet (voldoende) serieus. Ze rusten noch zichzelf noch anderen toe om zulke eindtijd verleidingen te onderkennen en te weerstaan.
Maar Jezus zei eerder al tot zijn discipelen: “Het is onmogelijk dat er geen verleidingen komen, maar wee hem, door wie zij komen! … Ziet toe op uzelf!”(Lk 17:1). Het gaat niet alleen om verleidingen tot zonde vanuit de wereld, maar ook om religieuze verleidingen tot afval van een leven van geloof door valse Christussen en valse profeten. De apostel Paulus ontmaskert ook “valse apostelen” en “valse broeders” (2Kor 11:13-14; 11:26; Gal 2:3-5). Er zijn “allerlei leringen door het valse spel van de mensen in hun sluwheid om tot dwaling te verleiden” (Ef 4:14). Het komt ons zeer bekend voor dat er “zo velen zijn die winst maken uit het woord van God” (2Kor 2:17).
Zulke ernstige zaken waren er al vanaf het begin van de Gemeente van Christus. Maar aan het eind van deze genadetijd zal er een hoogtepunt van dat alles zijn.

“Tijd voor Gods oordeel over Gods huis”

De apostel Petrus schrijft: “Want het is nu de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God … ” (1Pe 4:15; huis van God: 2:4; 1Tim 3:15). Als leden van Christus’ Gemeente worden “wij getuchtigd opdat wij niet met de wereld veroordeeld worden” (1Kor 11:30-32; Hb 12:4-11). Door allerlei verzoekingen in de wereld èn door verleidingen op religieus terrein moeten Gods kinderen getoetst worden (1Pe 1:6-7; 4:12; Jak 1:2-4). God laat juist in onze tijd een opeenhoping van velerlei verzoekingen en verleidingen toe, ook op religieus terrein, om onze liefde tot Hem en tot zijn Woord, onze liefde tot de Waarheid te beproeven.

God toetst Zijn kinderen

 1. door het ‘evangelie van Zijn  tegenstander: ‘Er is méér’
: er is méér dan “alléén Jezus Christus”, namelijk de Heilige Geest en bepaalde Geestesgaven;
: er is méér dan “alléén de Schrift”. Er zijn eigentijdse openbaringen, visioenen, dromen, profetieën,
tongenboodschappen, uitspraken van demonen tijdens ‘bevrijdingspastoraat’ en ‘geestelijke
oorlogsvoering tegen territoriale demonen’; of  de Schrift plus de apocriefe boeken (buitenbijbelse,
niet gezaghebbende boeken die echter door de rooms-katholieke kerk erkend en gebruikt worden);
: er is méér dan “alléén uit genade”: wij moeten ‘werken doen’ voor onze heiliging (i.p.v. uitwerken
wat God al in ons gewerkt heeft naar Fil 2:12-13; Hb 10:10,14); we moeten ‘werken’ in het bidden  om een opwekking, om een ‘nieuwe uitstorting van de Heilige Geest’, om heiliging enz.
: er is méér dan “alleen uit geloof”: een Godservaring, een Jezuservaring, een Geestervaring, een
fijn gevoel, ik wil ‘aangeraakt’ worden enz.

2. door valse christussen – “gaat hen niet achterna” (Lk 2:8)
Valse christussen waren er al vanaf het begin van de Gemeente van Christus. Maar er zal aan het eind een opeenhoping van valse christussen zijn van wereldwijde omvang en met een toename van aanhangers als nooit te voren.
Valse christussen kunnen mensen zijn die zich voor Christus uitgeven. Ook in de 20e eeuw waren er zulke mensen. Daar gaan wij nu niet op in.
Al in de tijd van de apostel Johannes waren er zelfs “vele antichristen”, voorlopers van de antichrist. Zij hebben een antichristelijke leer: zij loochenen dat God de Vader is van Jezus Christus en loochenen dat Jezus Christus Gods eniggeboren Zoon is (1Joh 2:18-23).
*  De Koran bv. verkondigt een valse christus, een valse Jezus, ’Isa’ genoemd. De naam Jeschua (Jezus) komt in de Koran niet voor. In de leer van Mohammed zien wij, hoe sterk de afkeer van, ja haat tegen de Bijbelse Jezus Christus, Zoon van God is.
*  Een valse christus of valse Jezus kan in een visioen of droom in de gestalte van licht verschijnen – bijvoorbeeld in een bijna-dood ervaring – meestal zònder de tekenen van Christus’ zoendood aan handen en voeten sinds zijn kruisiging.
*  Een valse christus of valse Jezus is ook degene die door visualisatietechnieken ‘opgeroepen’ wordt en ‘verschijnt’.
*  Een valse christus of valse Jezus kan via een profetie of ‘tongenboodschap’ in de Ik-vorm spreken, zoals ‘Ik zeg u, je …”. De verheerlijkte Jezus Christus sprak en spreekt vanuit de hemel nooit in de Ik-vorm via een mens, een medium. De Heer sprak bv. regelrecht tot Saulus op de weg naar Damascus (Hand 9:3-9). Hij spreekt uitsluitend via de Schrift, de Bijbel, tot ons.
Een dergelijke valse christus zegt bij een ‘boodschap’ ook vaak: ‘mijn kind(eren)’ of  ‘mijn zoon’
of ‘mijn dochter’. Een uit God geboren mens is een kind van God, maar nooit een kind van Jezus Christus.
*  Een valse christus of valse Jezus kan tijdens het bidden verschijnen: “Hij is in de binnenkamer” (Mt 24:26). Daarom waarschuwde de Here Jezus: “Gelooft het niet”. Toen een valse christus een keer Maarten Luther wilde verleiden, antwoordde deze onmiddellijk: “Ik wil niemand anders kennen dan de Christus der Schriften”. Dat is Bijbelse gehoorzaamheid en trouw.
De apostel Paulus  bemoedigt wel: “Volhardt in het gebed”, maar voegt er meteen aan toe: “weest daarbij waakzaam” (Kol 4:2). Ook een kind van God kan tijdens het gebed zowel door zijn ‘oude mens’ met zijn ongeheiligde wil, gevoelens en verlangens bedrogen worden als door boze geesten. “Geeft de duivel geen ruimte (gelegenheid)” geldt ook voor ons persoonlijk gebedsleven en onze gebedssamenkomsten (Ef 4:27).
*  Een christen kan na het zien van een ‘Jezusfilm’ of een Jezusdrama (bv. The Passion of the Christ) vooral tijdens gebed verzocht worden door dergelijke valse Jezusbeelden – vaak tegen eigen wil. Ook dan is het raadzaam om zich te laten “reinigen van iedere besmetting des geestes” (2Kor 7:1).

3. door valse profeten met hun valse boodschap
Ook valse profeten waren er vanaf het begin van de Gemeente van Christus. Maar aan het einde van deze genade tijd zal er een opeenhoping van valse profeten zijn, wereldwijd.

 Enkele kenmerken van valse profeten

Zij voegen iets aan de Schrift toe, alsof deze niet compleet zou zijn (1Kor 4:6; 2Joh 9-12) of doen er iets van af alsof de Schrift fouten bevat (Op 22:18). Ieder die dat doet, wordt “als een leugenaar bevonden” (Spr 30:5-6). Of ze verdraaien Bijbelteksten naar gelang hun vooroordeel.
Organisaties die iets toevoegen, zijn o.a. het Adventisme: Bijbel plus de profetieën van Ellen White; de Mormonen: Bijbel plus o.a. het boek Mormon. Zo ook de Jehova Getuigen en Antroposofen. Ook de rooms-katholieke kerk maakt zich schuldig aan talrijke toevoegingen aan Gods Woord door apocriefe boeken, door uitspraken van de paus ex cathedra en door de vele verschijningen met boodschappen van de geest die zich ‘Maria’ noemt.
Elke toevoeging aan de Schrift leidt tot een vervalsing van  Gods Woord. Dat geldt ook voor de diverse toevoegingen aan de Schrift door leringen en praktijken in de pinkster/charismatische bewegingen.

4. door valse “krachten, tekenen en wonderen”
De aaneenschakeling van valse christussen en valse profeten zal uitlopen op de komst van de valse christus (antichrist) en de valse profeet. Deze laatste is met zijn ‘anti geest’ de wegbereider van de antichrist door “grote” valse tekenen (Op 13). De apostel Paulus zegt daarover: “met alle krachten, tekenen en wonderen” (2Ts 2:9).
De duivel is niet alleen Gods tegenstander, maar ook de slimme nabootser van God, Jezus Christus en de Heilige Geest, van de vrucht van de Geest en van de gaven van de Geest. Zoals God aan de verkondiging van de 12 apostelen en van Paulus als grondleggers van de Gemeente van Christus “getuigenis gegeven had door tekenen en wonderen en velerlei krachten” (Hb 2:4). Zo gaat de komst van Gods tegenstander en nabootser naar de werking van de satan gepaard met “allerlei krachten, tekenen en wonderen”, zij het “bedrieglijke” (vgl. Mt 24:24; Op 13:13-15). Juist daardoor worden mensen massaal verleid en misleid.
Voor deze ten einde lopende genadetijd lezen wij niets over een belofte van Bijbelse krachten, tekenen en wonderen – alleen over misleidende krachten, tekenen en wonderen van de tegenspeler en imitator van God.

Conclusie voor onze tijd

Wie Jezus Christus en Zijn waarschuwingen serieus neemt, zal zichzelf en andere christenen, vooral de jongeren, toerusten om deze verleidingen te onderkennen, te weerstaan en een Bijbels antwoord daarop te geven. Christus’ waarschuwing: “Ziet toe, dat niemand u verleide!” (Mt 24:5) is iets heel anders dan ‘Laten wij verlangen en streven naar een opwekking’.

II Profeteert de Geest opwekking aan het eind van deze genadetijd?

De apostel Paulus moet ons meedelen: “Maar de (heilige) Geest zegt nadrukkelijk dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het gelóóf doordat zij aandacht schenken aan misleidende geesten en aan leringen van demonen …” (1Tim 4:1).
Bijbels geloof richt zijn hele aandacht op Jezus Christus alleen (Hb 3:1; 12:2), op de Schrift alleen (2Tim 3:14-17; Kol 3:16) en op een levensstijl uit geloof  en uit genade alleen (Rom 1:17; 1Kor 15:10; 2Tim 2:1).

Door het ondervragen van en veel aandacht richten op uitspraken van demonen echter raken zij die zich met charismatisch gericht ‘bevrijdingspastoraat’ bezig houden hoe langer hoe meer in de ban van die leugengeesten en hun leringen. Datzelfde geldt voor hen die zich met de buitenbijbelse ‘geestelijke oorlogsvoering tegen territoriale demonen’ bezig houden. Al decennia lang worden zulke ‘leringen van demonen’ genoteerd en als ‘waarheid’ geloofd en verbreid.

Gevolg is “een ander evangelie” en “een andere Jezus” uit “een andere geest”. Een voorbeeld. De Bijbel zegt weliswaar: “Indien wij onze zonden (dus ook op occult terrein) belijden, Hij (God) is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven èn ons te reinigen van iedere ongerechtigheid” (1Joh 1:9,7; zie ook Spr 28:13; 2Tim 2:19b; Hnd 26:18-20). Maar dat alles zou ‘niet genoeg’ zijn:
* een team van ‘bevrijdingsbedienaren’, dus van mènsen, moet na oprechte schuldbelijdenis door de betrokkene zich met de demonen, die verondersteld worden, bezig houden en deze verdrijven;
* de gelovige moet ook de zonden van zijn voorgeslacht belijden, tot in de vierde graad. Het Nieuwe Testament echter spreekt nergens over belijden van schuld van deze ca. 30 personen.

Wat zegt de Schrift over allen die zulke toevoegingen aan de Schrift doen? Zie Spreuken 30:5-6.
Veel van wat de Schrift tot uitingen van ‘de oude mens’ rekent, wordt gedemoniseerd. Zo komt de bevrijdingsleer van demonen in de plaats van (= anti) de Bijbelse leer van het kruis en dus van het mee gekruisigd zijn met Christus (Rom 6).

 

Els Nannen, september 2013

 


[1] Geroepen tot voorbidder, Arjan Baan en John Kamphuis. De Oogst, nov. 2010. Zonder bronvermelding.