Onmogelijk !?

 1. Blinde ogen, verharde harten zeggen: ‘onmogelijk’

 De Joden reageerden op Jezus tijdens Zijn rondwandeling op aarde:
*  Onmogelijk kan deze Jezus de Profeet zijn als vervulling van Mozes’ profetie en Gods belofte (Dt 18:15-19; Hand 3:23). Immers, Hij houdt de wet van Mozes niet: “Sommigen van de Farizeeën zeiden bv.: Deze mens  komt niet van God, want Hij houdt de sabbat niet” (Joh 9:16). Dat vonden de Joden reden om “op Jezus te letten om een aanklacht tegen Hem te vinden”, Hem te bekritiseren (Lk 3:10-17;14:1-6) en te vervolgen (Joh 5:16;7:23).  In de wet staat immers geschreven: “Vervloekt is ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet om dat ook te doen” (Dt 27:26; Gal 3:10).
*  Onmogelijk kon voor de Joden de gekruisigde Jezus de Messias zijn. Immers in de wet staat geschreven:  ”Een gehangene is door God vervloekt” (Dt 21:23; Joh 19:31; Gal 3:13).

Mohammed concludeerde en sindsdien zijn trouwe volgelingen:
*  “Een gezant van Allah kan onmogelijk zo’n vrede dood sterven”[1].
*  Het is volgens de islam onmogelijk dat ‘Isa gekruisigd, gestorven, begraven en uit de doden opgestaan is.
*  Het is volgens de islam onmogelijk dat Jezus’ dood aan het kruis van Golgotha een zoenoffer voor onze zonden tegenover Allah is. Allah is immers ‘absoluut soeverein’, Hij doet wat hij wil. Allah heeft geen plaatsvervangende schulddrager nodig. Een zondoffer zou een belediging van Allah zijn, die vergeeft, wanneer hij wil en straft, wie hij wil (soera 3:129). Hij heeft alles al voorbeschikt.[2]

De oude Simeon profeteerde al toen Jozef en Maria “Hem (Jezus) de Here” voorstelden: ”Zie Deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël én tot een teken, dat weersproken wordt (Lk 2:34; Joh 7:43; 10:19-21;12:37-40).

Onmogelijk kon de Tempel in Jeruzalem met zijn dieroffers afgebroken worden
In het Oude Testament werd de Tempel in Jeruzalem “heilig” genoemd. Maar de Here Jezus vond in (!) de Tempel van zijn dagen verkopers van runderen, schapen en duiven inclusief geldwisselaars. Hij dreef er alles en allen met een zweep uit. Op de vraag van de Farizeeën, wat het teken is dat Hij dat mocht doen, antwoordde de Heer: “Breekt deze tempel af, in drie dagen zal Ik hem weer doen herrijzen” (Joh 2:13-22). Hij sprak van de tempel van zijn lichaam, maar een dergelijke gééstelijke spijze konden de wettische Farizeeën niet verdragen.
De overpriesters en de hele Joodse Raad trachtten een vals getuigenis tegen Jezus te vinden om Hem ter dood te veroordelen. Jezus was immers een gevaar voor de heilige Tempel met o.a. zijn offerdienst. “Maar zij vonden er géén”. Eindelijk doken diverse valse getuigen op, “maar ook zó stemden hun getuigenissen niet overeen .. en Jezus bleef zwijgen” (Mt 26:59;27:39-44; Mk 14:55-59;15:29-31).
Bovendien, God had de profetie aan David (2Sam 7:12-13) door profeet Zacharia bevestigd: “Zo zegt de HERE der Heerscharen: zie, een mens, wiens naam is Spruit… Deze zal de tempel des HEEREN bouwen (Zach 6:12-13). Maar Jezus voorspelde in zijn reden over de toekomst dat er van de Tempel in Jeruzalem “geen steen op de ander gelaten zal worden die niet zal worden weggebroken” (Mt 24:1-2). Hoe kon Jezus dan de beloofde Spruit, de Messias zijn? Nee, weg met Hem, we houden niet van oordeelsprofetieën over ons, wij willen liever ‘positieve profetieën’…

Gods gericht over de Tempel – Jeruzalem de oorzaak
De Here Jezus zei bedroefd: “Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt die tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb IK uw kinderen willen vergaderen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, maar u hebt niet gewild. Zie uw huis (de Tempel) wordt als een woestenij aan u overgelaten” (Mt 23:37-38; Lk 13:34-35; 19:41-44). Deze oordeelsprofetie werd in het jaar 70 vervuld. En moest wel in vervulling gaan. Immers, nadat “het Offerlam van God de zonde weggedaan had (Joh 1:29; 19:30; Hb 9:24-28a;10:18,26), offerde Israël nog altijd bewust dieren voor zijn zonden.
Ongeveer 40 jaar heeft God de verachting en verwerping van Zijn Offerlam geduld. Maar toen klonk het voor Israël en zijn Tempel: ‘Tot hier toe en niet verder’. “Van Israël zegt God: De hele dag heb IK mijn handen uitgestrekt naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk” (Rom10:21; Js 65:2).
Bovendien “God woont niet in tempels met handen gemaakt” (Hand 17:24;7:48-50). En Gods Zoon kon naar waarheid van Zichzelf zeggen: “Méér dan de (aardse) Tempel is hier” (Mt 12:5).
Sinds Pinksteren is de Gemeente van Christus “Gods tempel”, waarin de Heilige Geest woont. “Indien iemand deze Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods – en dat bent u – is heilig!” Immers, God Zelf is heilig! (1Kor 3:16-17).[3]

 2. De Bijbel zegt: onmogelijk!

*  Het is onmogelijk dat op aarde ook maar één mens zonder inwonende zonde (zondige natuur) is: “Allen zijn onder de
zonde”, met de dood als Gods straf daarop (Rom 3:9-10,23; 5:12,18; 5:21a; 6:23;11:32). Allen: dus inclusief Maria, de draagmoeder van Jezus (Job 14:4; 15:14; 25:4; Spr 20:9). “Niemand is rechtvaardig voor God, ook niet één” (Ps 143:2; Rom 3:10). Daarom moest ook Maria sterven. Zelf was zij zich terdege daarvan bewust. Zo maakte Maria God groot en noemde Hem “Mijn Heiland” (Redder, Lk 1:47-48). Alleen een zondaar is aangewezen op de Heiland.

*  Het is onmogelijk om door werken der wet de eigen geërfde, inwonende zonde te overwinnen, de eigen zonden tegenover God en mensen uit te wissen en zelf voor God gerechtvaardigd te worden (Mt 16:26; Rom 3:20;11:6 ;Gal 2:16; Ef 2:9; Titus 3:5; 2Tim1:9). Alle zogenaamde ‘goede werken’ zijn voor dit doel zinloos.

*  Het is onmogelijk een ander (broeder) los te kopen: “Niemand kan ooit een broeder loskopen noch aan God zijn losprijs (zoen- of boetegeld) betalen. Te kostbaar immers is de koopprijs voor hun leven, en voor altijd ontoereikend” (Ps 49:8-9). Zinloos zijn bijvoorbeeld dus ook de r.-k. doop, vormsel, eucharistie, biecht, zogenaamde voorbede en ’overtollige goede werken’ van r.-k.heiligen, evenals het r.-k.vagevuur.

*  “Het is onmogelijk dat het bloed van stieren of bokken zonden zouden wegnemen” (Hb 10:4).
“Voorts staat elke priester dagelijks in zijn dienst om telkens dezelfde offers te brengen, die nooit de zonden kunnen wegnemen” (Hb 10:11)
*  Feit is, dat God de Schepper, Wetgever en Rechter van de mens, zijn schepsel is (Jak 4:12). Feit is dat het de zonde (de oude mens) en de eigen concrete zonden zijn die de mens van God scheiden (Js 59). Nooit kunnen op zichzelf ziekte, een handicap, ouderdom, armoede, verdrukking etc. van God scheiden, zeker niet die van Gods kinderen! (Rom 8:35-39).
*  Feit is dat geen enkel dieroffer de heerschappij van de inwendige zonde van de mens zou kunnen doorbreken en zodoende de zonden daaruit zouden kunnen wegnemen. De wet kan wel de zonde en de zonden openbaren, maar nooit van de (wet der) zonde vrijmaken en nooit de zonden vergeven.

“Wat voor de wet onmogelijk was … heeft God (gedaan)”!! (Rom 8:3).

“God heeft door Zijn eigen Zoon te zenden in een menselijk lichaam aan dat der zonde gelijk – om de zonde – de zonde veroordeeld in het lichaam (van Jezus)” (2Kor 5:21), zodat rechtvaardigheid “in Christus” voor God mogelijk werd (Hand 13:37-39;15:10; Gal 3:21).
”Maar nu is Hij (Jezus) éénmaal verschenen bij de voleindiging der eeuwen om door zijn offer de zonde weg te doen”(Hb 9:26). “Zie het (offer)Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt” (Joh 1:29; Hb 9:26), en zodoende de zonden (1Joh 3:5; Kol 2:13-15). “Uit Hem (God) is het dat u in Christus Jezus bent, die ons van God geworden is: wijsheid, gerechtigheid, heiliging, verlossing” (1Kor 1:30-31).

3. Onmogelijk voor Gods Zoon op aarde 

*  Het was voor onmogelijk voor de Here Jezus op aarde om zonder vervulling van alle profetieën die op Hem betrekking hadden, Gods wil te doen (Mt 26:52-56; Joh 4:34; 6:38).
*  Het was onmogelijk dat de drinkbeker met Gods gericht over de zonde van de mens aan Hem voorbij kon gaan (Mt 26:39-42; Mk 14:32-36,39; Lk 22:41-44; Joh 18:10-11).
*  Het was onmogelijk dat Jezus zònder Zijn plaatsvervangend zoenofferlijden aan het kruis in Zijn heerlijkheid zou kunnen ingaan (Jes 53:3; Mt 16:21-23).[4]
*  Het was onmogelijk dat de Here Jezus in het graf zou blijven, “Hij door de dood werd vastgehouden” en “ontbinding heeft gezien” (Hand 2:23-28,31; Joh 20:9).
*  Het was onmogelijk dat Jezus Christus niet door God opgewekt zou worden zowel als zichtbaar bewijs, dat Deze de wil van de Vader volkomen volbracht had en als bewijs dat Hij Jezus Zijn Zoon is! (Rom 1:2-4; Lk 24:7b, 46b; Joh 20:9; Hand 2:24,32; 17:30-33).

“De boodschap van het Kruis – een dwaasheid voor hen die verloren gaan, voor ons die gered worden, is het Gods kracht Wij echter verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot , voor heidenen een dwaasheid (1Kor 1:21,23-25).
De apostel Paulus getuigt vrijmoedig:”Ik had niet besloten iets anders te weten onder u dan Jezus Christus en die gekruisigd” (1Kor 2:2) – ondanks de weerstand van Joden voor wie zulk een Jezus een ergernis was (en nog is), en ondanks de Grieken voor wie een dergelijke Jezus een dwaasheid is. Evenzo Zijn opstanding uit de doden (Hand 17:3; Rom 4:25; 2Kor 5:15). Daarnaast verkondigde Paulus duidelijk “Jezus Christus als Heer(Rom 12:1-2; 14:7-9; 1Kor 6;19b; 2Kor 4:5; zie ook 1Pe 4:1-3).

Moge die prediking van de geautoriseerde apostel voor de niet-Joden onze maatstaf en spiegel zijn en blijven. Laten wij ons niet misleiden door leuzen als ‘laagdrempeligheid’ bij ‘moderne’ vertalingen in het Nederlands. Het noodzakelijke, plaatsvervangende zond- en schuldoffer van Gods Zoon moet uitgelegd worden, maar niet veranderd of verzwegen. Het is, als Gods Woord (!) nooit te ’moderniseren’.
Mogen wij er ook voor bewaard blijven dat wij de Bijbelvertaling in moslimlanden vervalsen door het zondoffer van Jezus, Gods Zoon aan het kruis te omzeilen, om zogenaamd de moslims ’niet voor het hoofd te stoten’. Datzelfde geldt ook voor financiële ondersteuning en verspreiding van zulke ‘aangepaste’ Bijbels. Men kan helaas niet meer ieder Bijbelgenootschap zonder meer vertrouwen. Het beste is, dat men informeert hoe in een bepaalde taal vertaald is: letterlijk of ‘aangepast’, zogenaamd ’gecontextualiseerd’.

Uitsluitend de boodschap van de gekruisigde en opgestane Zoon van God, Jezus, is Gods krachtChristus, de kracht Gods en de wijsheid Gods. Want het dwaze van God (het kruis) is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen” (1Kor 1:24-25; 1Kor 1:30; 2Kor 13:4; Kol 2:3). In een kruisloze boodschap en Bijbel-vertaling of in de vervanging van de Naam Jezus in die van de Islam (‘Isa) – zoals in het Turks – is geen enkele “kracht Gods tot behoud voor ieder die gelooft” (Rom 1:18).
Ook in de bewering dat God Zijn Zoon, Jezus, niet opgewekt heeft, is geen enkele goddelijke kracht tot redding. Integendeel, zulke verkondigers misleiden en hun hoorders blijven verloren (1Kor 15:12-19).

4. Onmogelijk dat God liegt” (Hb 6:18; Dt 23:19; Titus 1:2; Jak 1:17)

 God Zelf heeft getuigd dat Jezus zijn geliefde Zoon is (Mt 3:17;12:18;17:5). “Dit is het getuigenis van God, dat Hij van zijn Zoon getuigd heeft. Wie in de Zoon gelooft, heeft het getuigenis in zich; wie God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft in het getuigenis, dat God getuigd heeft van zijn Zoon” (1Joh 5:6-12).
Wie ie de leugenaar dan wie loochent dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist die (God als) de Vader en (Jezus als) de Zoon loochent. Ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet” (1Joh 2:22-23). Dat geldt dus evenzeer voor niet wedergeboren Joden en christenen als ook voor o.a. atheïsten, humanisten, onbekeerde moslims en aanhangers van andere religies.

Omdat God “de God van de waarheid is”, is ook heel Gods geschreven Woord, de Bijbel, waarheid, waardoor God ons voortgebracht heeft  (Ps 119:160; Joh 17:17; Jak 1:18; 1Pe 1:22-23,25). Jezus, de Zoon, is de waarheid in Persoon (Joh 1:14;14:6; Op 19:11,13). En de Here Jezus zei in zijn gebed tot de Vader: “Uw Woord is de waarheid” (Joh 17:17), geïnspireerd door Gods Geest der Waarheid (Joh 14:17;15:26).
* De Schrift (Bijbel) is dus de enige autoriteit en enige betrouwbare maatstaf voor leer en leven, voor verleden (zoals Gods schepping uit het niets), voor heden en toekomst.
* Daarom is het ook onmogelijk dat het Woord Gods ten aanzien van Israël is komen te vervallen (Rom 9:6; 3:3; 11:1-2,6,25-29; Num 23:19-23; Rom 11:29).
*  “Hoeveel beloften Gods er ook zijn, in Hem is het Ja; daarom is het ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons” (2Kor 1:20).

 5. Onmogelijk – zonder geloof God welgevallig te zijn (Hb 11:6)

Er is maar één toegang tot de heilige God en Vader: in Jezus Christus, uit genade, via geloof.
Wanneer wij in concrete gevallen wijsheid van Boven nodig hebben, mogen wij altijd bij God aankloppen. De Vader “geeft aan allen, eenvoudigweg en zonder verwijt” (Jak 1:5-8; 4:3). Niet te vatten, een dergelijk geweldig aanbod van een luisterend oor en van persoonlijke, concrete leiding door o.a. Gods Woord, omstandigheden en raad van geloofsgenoten.
Maar wij moeten wel bidden in geloof, dat God hoort, leiden wil (Ps 31:4; Hb 12:2; Mt 7:7-8) – ook al is dat anders dan we gedacht hebben – en geloven dat Hij de juiste tijd en zijn uiteindelijk doel weet (Ps 23:3).
*  Het is onmogelijk dat God ons kan leiden, wanneer wij aan Hem, zijn belofte en leiding twijfelen.

Paulus, die zijn verdrukkingen om Jezus’ wil vermeldde, schrijft “dezelfde Geest van geloof te hebben” als
de verdrukte psalmist betuigt (Ps 116:110): “gelijk geschreven staat: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken, geloven ook wij en daarom spreken ook wij …wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen …Maar wij zijn vol goede moed en begeren te meer…bij de Here onze intrek te nemen. Daarom stellen wij er ook onze eer in … Hem welgevallig te zijn. Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden …” (2Kor 4:13; 5:7-10; Joh 20:29; Rom 8:24; 14:10,12; 2Tim 2:4).

6. “Bij God – niets te wonderbaar (onmogelijk) (Jer 32:17,27 i.v.m. Gen 18:4). ”Voor God zijn alle dingen mogelijk” (Mt 19:26; Lk 1:37; Job 42:2)

Eerlijk Bijbelgebruik betekent dat men een tekst altijd in zijn verband moet lezen: Wanneer en over wie of tot wie is iets gezegd? Waarom, met welk doel? Een voorbeeld:

De rijke jongeling was bedroefd weggegaan omdat hij vastgekleefd zat aan zijn ”vele goederen” en deze niet wilde loslaten om Jezus te volgen. Daarop onthulde de Here zijn discipelen: ”Voorwaar Ik zeg u, het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat dan dat een rijke Gods Koninkrijk binnengaat”. Jezus’ discipelen reageerden “zeer verslagen: Wie kan dan behouden worden”. In antwoord hierop zei Jezus:”Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk” – ook dat mensen die op een of andere wijze aan geld en goederen – ook in godsdienstige zin – gebonden zijn, er afstand van doen ter wille van al die “zegeningen van God, die in Jezus Christus zijn” (Ef 1:3).
Dat schreef de apostel Paulus die zelf afstand gedaan had van zijn vele religieuze voordelen (schatten) om ze in te ruilen voor de kennis van Christus, “in wie alle schatten der wijsheid verborgen zijn” (Kol 3:2) evenals voor de gemeenschap aan Zijn lijden (Fil 3:5-14).

Toch niet alles bij God mogelijk
De heilige, rechtvaardige God kan immers niet liegen.
In verband met het gevaar van geldliefde en financiële motieven (ook 2Tim 3:1-5) waarschuwt de schrijver, wijzend op Gods belofte: “Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat u hebt”. Waarom?
* “Want Hij heeft gezegd: Ik zal u in geen geval begeven, Ik zal u in geen geval verlaten” (Heb 13:8). De geloofs-reactie is dan ook: “Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mijn Helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?” (Ps 118:6). Mensen kunnen alleen iets binnen de toelating van God, de Vader, doen of laten, ook eventueel benadelen op financieel gebied.

 Bij de soevereine God is vooral onmogelijk
*  onmogelijk, dat Hij naast of buiten Jezus Christus méér zegeningen heeft en geeft buiten de volle zegen uit de offerdood en opstanding van Zijn Zoon (Ef 1:3; Kol 1:15-20;2:3; Rom 15:29).In de Zoon alles Jezus Christus alleen! De Heilige Geest ontvangt uit de Zoon, wat deze weer van God ontvangen heeft, en openbaart dat Gods kinderen via Gods Woord.
*  onmogelijk, dat Hij naast of buiten Zijn Zoon Jezus Christus na Zijn laatste openbaring aan de Zoon via de laatst levende en geautoriseerde apostel (Johannes, het boek Openbaring) nog steeds spreekt door o.a. profeten, dromen, visioenen zoals in het Oude Testament, of o.a. door ’indrukken’, visualisatie methoden.  Kortom: De Schrift alleen! (Joh 17:17; Lk 8:11).[5]
*  onmogelijk, dat Hij afwijkt van Zijn principe: uit genade alleen! (Hnd 14:3;20:24,32; Rom 3:24;6:23b; Fil1:29; Tit 2:11;1Pe 1:13;5:10).
*  onmogelijk, dat er een boodschap is anders dan uit geloof alleen! (Rom 10:8;5:1;Gal 2:16;5:5; Ef 2:5). Jezus Christus is de veroorzaker en voleinder van ons geloofniet: van ons gevoel, ervaring enz. (Hb 12:2)!

‘Charismatische’, eigenmachtige interpretatie dat bij God niets onmogelijk is, heeft onnoemelijk veel misleiding en scheiding onder christenen veroorzaakt. ‘God is soeverein en kan te allen tijde nu naast of zelfs i.p.v. de Schrift spreken; God is méér dan Zijn Woord; Hij is niet gebonden aan de Schrift.’ Paulus, gebonden om zijn prediking van het “evangelie Gods over zijn Zoon” (Rom 1:1-4) zegt iets heel anders: “Het woord van God is niet gebonden” door zijn persoonlijke boeien (2Tim 2:9)

 7. “Het is onmogelijk dat er geen verleidingen komen”

Er zijn allerlei verleidingen zoals verleidingen tot zonde, tolerantie, compromis, oecumene, tot een “Jezus-Plus” (2Joh 9) en Bijbel-Plus (Lk 17:1;22:31; 2Kor 2:10-11;10:3-6; Ef 4:27;6:10-11; 1Pe 5:8).
Verleidingen komen voort uit het eigen hart (Mt 18:8); door anderen, ook christenen, als dienaren van de sluwe slang (2Kor 11:2-4; Rom 16:17-18; Ef 4:14-15), door valse broeders, valse leraars met valse leringen (Hb 13:9; Kol 2:8; 1Tim 6:20-21), valse profeten, valse Christussen, valse tekenen en wonderen; door een valse “geestesuiting” (2Ts 2:1-4); door de wereld (Mt 18:7; Jak 4:4-10) of ook door zware verdrukking en vervolging (1Ts 3:1-5; Mt 13:20-21; Lk 8:13).

 

Els Nannen, maart 2015

 

 

 


[1] Reformatorisch Dagblad 6.12.2014 i.v.m. een proefschrift van een islamitische islamgeleerde
[2] Els Nannen: Bijbel of koran. De vraag naar de waarheid. Bijbel en Onderwijs, 2010
[3] 1Pe 1:15-16; Ex 15:11; Ps 99:5; Js 6:2-3; Op 4:8; 15:3-4; 16:5
[4] Lk 9:31,51; 17:25; 24:7,26-27,45-46a; Joh 10:15,17-18; Hnd 3:18;17:3
[5] 2 Tim 3:14-17; Heb 4:12-13; Jak 1:18;21; 1Pe 1:22-25