“Mijn God, mijn God, waarom …?” (Mk 15:33-35)

Tegenwoordig schijnt het de gewoonte te zijn om weliswaar aan het begin van een verkondiging een bepaalde Bijbeltekst voor te lezen. Maar daarna meteen over te gaan naar de vragen, zorgen en angsten van ‘de mens’ van onze tijd. Vanuit menselijk beleven wordt dan de Bijbeltekst geïnterpreteerd in plaats van dat de gekozen Bijbeltekst uitgelegd en die boodschap op de luisteraars wordt toegepast.
Dat is ook het geval met het thema je verlaten voelen. Er worden dan diverse omstandigheden opgesomd, waarin een mens zich verlaten kan voelen. De ‘troost’ is dan dat de Here Jezus je daarin begrijpt, omdat ook Hij zich aan het kruis ‘verlaten voelde’. Soms wordt er psychologisch nog aan toegevoegd, dat het al een hele opluchting is om je verlaten gevoel ‘toe te geven’ en dat ‘openlijk te uiten’ – ‘zoals Jezus deed’.

Is het echter wel geoorloofd om Jezus’ feitelijke Godverlatenheid één op één te vergelijken met een gevoel van verlatenheid van ‘mensen’? Van welke ‘mensen’ overigens? Hebben zij, die door Gods Woord en Geest “uit God geboren” zijn, niet Zijn vaste belofte: “Ik zal u in geen geval begeven, Ik zal u in geen geval verlaten” (Hb 13:5)? En: “Ik ben met u, elke dag” beloofde toch de Here Jezus (Mt 28:20)? Wij hopen daar later nog op terug te komen.
Nu gaat het om de vraag: Was niet de werkelijke Godverlatenheid van de Here Jezus, de Knecht des Heren, aan het kruis door Zijn God eenmalig en absoluut uniek? Waarom dan heeft zelfs God Jezus korte tijd verlaten, ja moeten verlaten?

Jezus – door mensen alleen gelaten
Liefst 5000 mensen had de Here Jezus gratis van eten voorzien. De mensen waren zo enthousiast, dat zij Hem tot ’broodkoning’ wilden maken. Toen Jezus dat doorzag, “trok Hij Zich weer terug in het gebergte, geheel alleen” (Joh 6:15). Dat vleselijk enthousiasme keerde spoedig om toen de Here Jezus duidelijk maakte dat Hij het Brood des Levens is, uit de hemel neergedaald. De Joden dan morden daarover: Jezus was toch niet meer dan “de zoon van Jozef”?
En toen Jezus verkondigde dat men Hem als het hemelse Brood van eeuwig leven in zijn leven moet binnenlaten, morden ook velen van zijn discipelen over deze “harde rede”. “Van toen af keerden vele van Zijn discipelen terug (naar huis) vanwege Zijn leer en gingen niet langer met Hem” (Joh 6:52-66). Jezus’ zegen (gratis brood): graag – maar Jezus Zelf: nee, bedankt! Er bleven van die velen maar 12 over, eigenlijk maar 11. Want één van de twaalf zou Zijn verrader worden …
In dit opzicht, in het in de steek gelaten worden door mensen, verstaat de Here Jezus ons. Ook kunnen wijzelf door een dergelijke ervaring de verlatenheid van de chronisch zieke man bij het bad Betesda een beetje begrijpen (Joh 5:7) en de verlatenheid van David in uitzichtloze situaties. Maar hopelijk kennen wij ook zijn uitweg daarin: “Tot U roep ik, HERE; ik zeg: U bent mijn schuilplaats” (Ps 142:5-6).

Jezus – door Zijn discipelen verlaten
Nergens lezen wij dat de Here Jezus zijn discipelen gevraagd heeft: ‘Waarom hebben jullie Mij verlaten?’ Op grond van de Schriften die Hij gekomen was te vervullen, voorzegde Jezus na het Avondmaal met zijn discipelen op weg naar de Olijfberg: “U zult allen aan Mij aanstoot nemen in deze nacht. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden” (Mt 26:30-32). En: “Zie, de ure komt en is gekomen dat u verstrooid wordt … en Mij alleen laat” (Joh 16:32). Deze profetie werd in Gethsemane vervuld, waar Jezus gevangengenomen werd: ”Toen lieten alle discipelen Hem alleen en vluchtten” (Mt 26:56; Mk 14:50).
In zekere zin voelt de Here Jezus met ons als gelovigen mee, wanneer wij door medegelovigen alleen gelaten worden zoals op grond van onze houding tegenover het Bijbelse getuigenis: Jezus Christus alléén, de Schrift alléén, uit genade alléén, door geloof alléén. In zijn laatste brief vóór de martelaarsdood schreef de apostel Paulus.” “Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, allen hebben mij in de steek gelaten…doch de Heer heeft mij terzijde gestaan en kracht gegeven”(2Tim 4:16-17; zie ook 4: 10).

Jezus – nooit door de Vader verlaten
De Farizeeën bekritiseerden Jezus dat Hij van Zichzelf getuigde en Zijn getuigenis ‘dus’ niet waar kon zijn. Maar Christus antwoordde, dat Hij desondanks de waarheid zei. En bovendien getuigde ook God, de Vader, van Hem. In de wet van Mozes staat toch dat het getuigenis van twee waar is: Ik ben niet alleen, maar Ik en die Mij gezonden heeft” (Joh 8:14-19). En: “ Die Mij gezonden heeft, is met Mij. Hij heeft Mij niet alleen gelaten, want Ik doe altijd wat Hem behaagt” (Joh 8:28-29). Nooit heeft de Here Jezus zich dus op aarde door de Vader verlaten gevoeld. Hij was immers nooit alleen: “En toch ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij” (Joh 16:32).

Doodstraf op zonden in de wet van Mozes
De doodstraf was o.a. voorgeschreven, wanneer iemand een ander zo sloeg, dat deze stierf (Ex 21:15); voor wie zijn vader of moeder sloeg of vervloekte en wie “terechtwijzing haat”!(Ex 21:15; Ex 21:17; Spr 20:20 en Mt 15:4; Spr 15:10). Er stond doodslag op echtbreuk (Lv 20:10); op toverij, magie en waarzeggerij, ook via spiritisme, evenals op het opzoeken van mensen die zich daarmee bezig hielden (Ex 22:17; Lv 20:6); de doodstraf moest voltrokken worden bij valse profeten en dromers, evenals bij profeten die “zich aanmatigden in de naam van God een woord te spreken”, terwijl God hun dat niet geboden had (Dt 13:1-6;18:20; Jr 14:14-15; Zach 13:5).
Principieel is de dood het loon van de zonde vanaf Adam (Rom 6:23).

Onze zonden maken scheiding
De Bijbel openbaart heel duidelijk dat het alleen onze zonden zijn die scheiding maken tussen de heilige God en ons zondaren – nooit onze ziekten, handicaps of ouderdomskwalen. Ook armoede is geen scheidingsgrond. “Uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn” (Js 59:1-8). Veel in het leven komt voort uit de oude natuur van onszelf of van anderen. “Hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat maakt de mens onrein. Want van binnenuit, uit het hart der mensen komen …Al die slechte dingen komen van binnen naar buiten en maken de mens onrein” (Mk 7:20-23; Spr 14:34).

Tijdens de wet van Mozes werden sommige zonden èn de zondaar die ze pleegde in één gezien. De doodstraf voor die bepaalde zonde betekende tegelijk de doodstraf voor de betrokken zondaar.

God nu maakte scheiding 
In Christus aan het kruis maakte God een scheiding: Hij scheidde als het ware de zonde (de oude mens, de wortel) en de zonden (uitwerkingen  van de zonde) vàn de zondaar. God legde daarna de zonde en zonden op zijn zondeloze Zoon en strafte Hem in onze plaats daarvoor met de dood, opdat de zondaar van Gods gericht gered en eeuwig  leven in Christus zou kunnen ontvangen.

God veroordeelde de zonde in Jezus’ lichaam (Rom 8:3); Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft God voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem “ (2Kor 5:21).
Johannes de Doper predikte Jezus’ taak: “Zie, het Lam van God, dat de zonde wegneemt”. De schrijver van de brief aan de Hebreeën zegt: “Maar nu is Hij éénmaal …verschenen om door Zijn offer de zonde weg te doen” (Hb 9:26). “Wat zijn dood betreft, is Hij (Jezus) eens voor altijd voor de zonde gestorven” (Rom 6:10) en: ”De oude mens is (rechtens) met Christus gekruisigd” (Rom 6:6e.v.).

* De apostel Paulus schrijft anderzijds ook: “Jezus Christus is gestorven voor onze zonden”(1Kor 15:3; Gal1: 4). Zo ook de apostelen Petrus (1Pe 2:24; 3:18) en Johannes (1Joh 2:2; 3:5; 4:10; Op 1.6).

“Op Hem”het Lam van God
“De HERE heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen neerkomen” (Js 53:5b). “Om de overtredingen van mijn volk is de plaag op Hem geweest” (Js 53:8b) en “De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem” (Js 53:6,5b). “Als Hij zichzelf als schuldoffer gesteld zal hebben…” (Js 53:10).

Jezus – éénmalig door God verlaten
Jezus was om zo te zeggen geheel bedekt onder onze zonde en zonden. Antwoord op Jezus’ uitroep: “Waarom?” is : Daarom, omdat de hemelse Rechter (Jak 4:12) eenmalig een ogenblik Zijn aangezicht van Zijn met zonde(n) beladen Zoon moest afwenden tot de goddelijke straf daarop gedragen was.
Geen enkel kind van God op aarde maakt die unieke, plaatsvervangende Godverlatenheid door op grond van ons aller zonde(n)!
Onze God is “de God van alle genade” (1Pe 5:10): Sinds Jezus’ zoendood geeft Hij ons niet, wat wij verdiend hebben. God is ook “de Vader van alle barmhartigheden” (2Kor 1:3): Hij geeft ons in Christus wel, wat wij niet verdiend hebben!

Getuigt het niet van geestelijke blindheid om Gods zondeloze Zoon en het kruisgebeuren, de vreselijkste rechtszaak van de heilige God – zelfs gepaard met een drie uur lange duisternis – als een theaterstuk (..) te ‘spelen’, aan die onheilige show mee te werken of daarop te wijzen en daarvoor uit te nodigen? Geldt niet ook hier: “De eerbied voor God staat hun niet voor ogen”? (Rom 3:18; Mal 1:6).
Bovendien: hoe kan iemand door een theater of film met “een andere Jezus” (immers een zondig mèns!) tot berouwvolle bekering en geloof in de ware, zondeloze Here Jezus, Gods Zoon, komen? Is het getuigenis van een misleide moslima niet een waarschuwend voorbeeld? Toen zij “God (Allah) vroeg om te laten zien dat … ’Isa Uw Zoon is”, kreeg zij kort daarna een droom van ‘Jezus’ en zei: “Ik herkende Jezus uit de (Passie)film die ik had gezien”. Wat zegt de Bijbel echter over de ’Isa van de Koran (1Joh 2:22-23)?
Op geen ander dan op Jezus, Gods Zoon, is het vreselijke gericht van de heilige en rechtvaardige God over onze zonde en zonden voltrokken. In geen andere naam dan ook is er redding van Gods eindoordeel mogelijk (Hand 4:12).

Niet te scheiden

“Wie zal ons scheiden van de (offer)liefde van Christus? … Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven … noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kúnnen scheiden van Gods liefde in Christus Jezus, onze Heer” (Rom 8:35-39; 1Joh 3:16; Joh

15:12-14).

E. Nannen, april 2014