“En God sprak” – hoe?  Deel I

We willen eerst nagaan hoe God vroeger tot Zijn volk Israël sprak.
Daarna zien wij Gods spreken nu in en door de Zoon, Jezus Christus, te beginnen in de evangeliën. We bestuderen Gods Woord zoals Jezus de Zoon het van God de Vader ontvangen had (Joh 3:24;7:16; 8:28; 14:24b; Op 19:30). Dan lezen wij hoe de Here Jezus dat ontvangen Woord Gods tijdens Zijn rondwandeling op aarde aan Zijn uitgekozen, eenmalige 12 apostelen en later aan Paulus, de apostel voor de niet-Joden (de volken) doorgegeven had (Joh 17:8,14; Hb 2:3-4).
In de brieven in het Nieuwe Testament ontdekken wij Gods Woord, zoals deze unieke apostelen het door Openbaring ontvangen Woord aan ons doorgegeven hebben. Het boek Openbaring is Gods laatste spreken door middel van de Zoon tot de laatst levende hoogbejaarde apostel Johannes om aan ons door te geven. Zo werd de Bijbel het enige betrouwbare, unieke Woord Gods, de complete Schrift (2Tim 3:16-17). God communiceert met ons nu door de Schrift alleen.

 I  Gods spreken tot Israël door Zijn profeten

“Vroeger sprak God vele malen en op velerlei wijzen tot de vaderen (van Israël) in de profeten” (Hb 1:1). Vóór de roeping van Israëls profeten sprak God tot enkele vaderen in een gezicht, zoals tot Abraham (Gen 15:1-5) of door middel van een droom, zoals tot Jakob (Gen 28:10-17).
Sinds de richter en profeet Samuël sprak God tot Zijn profeten in Israël door middel van

(nacht)gezichten: zoals tot Samuël (1Sam 3:20-21; Hand 13:20), tot de profeet Natan (2Sam 7:4-17),
tot Daniël (2:19-22;7:1-28), Hosea (12:11) en Zacharia (1:8 e.v.);
dromen (Daniël 7:1-18);
gelijkenissen, zoals via Ezechiël (17:2 e.v.; 21:5; 24:3); Hosea (12:11)
een praktijkles, zoals tot Jeremia in het huis van de pottenbakker (Jer 18).

“Toen zei Hij (de HERE): Hoort nu Mijn woorden. Indien onder u (Israël) een profeet is, dan maak Ik, de HERE (Jahweh), Mij in een gezicht aan hem bekend, in een droom spreek Ik tot hem” (Num 12:6).
De dromen en visioenen aan Israëls profeten betekenden Gods indirecte sprekenals door een spiegel (1Kor 13:12a), in raadselen (Num 12:8; 1Kor 13:12b). Een spiegel in de Oudheid gaf alleen een onduidelijk beeld.

Daarna sprak God via Zijn profeten direct tot Zijn volk Israël. De profeten waren destijds Gods spreekbuis voor de natie Israël. Het unieke openingswoord van Israëls profeten was dan ook meestal: “Zo spreekt de HERE”.
 
De profeet Mozes – Gods unieke profeet

God sprak tot Mozes anders dan tot alle andere profeten Israëls. Zo zei God: “Niet aldus (niet door  gezichten en dromen) met Mijn knecht Mozes … Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen, maar hij aanschouwt de gestalte des HEREN” (Num 12:7-8; Ex 19:19; 33:11a). De ‘5 boeken van Mozes’ (Genesis tot en met Deuteronomium) bevatten dus Gods openbaring door middel van Zijn directe spreken tot Mozes! God Zelf legitimeerde Mozes als Zijn spreekbuis en bevestigde diens woorden als Zijn Woord door buitengewone tekenen en wonderen.
“Zoals Mozes, die de HERE gekend heeft van aangezicht tot aangezicht, is er in Israël géén profeet meer opgestaan – getuige al de tekenen en wonderen die de HERE hem heeft opgedragen te doen… en getuige al het machtsbetoon en al de schrikwekkende grote daden, die Mozes ten aanschouwen van heel Israël gewrocht heeft” (Dt 34:10-12).

Mirjam en Aäron jaloerse profeten
De jaloerse Mirjam en Aäron, zus en broer van Mozes, … zeiden: “Heeft Jahweh (de HERE) soms alleen maar door Mozes gesproken? Heeft Hij niet ook door ons gesproken?” (vgl. Ex 4:12-17;15:20-21: het lied van de profetes Mirjam als antwoord op het lied van Mozes aan de Schelfzee, Ex 15:1-19). Zo van: ‘Waarom alleen zij – en niet ook wij’? Wij willen ook graag een beetje van dat respect, die eer en aandacht  voor een profeet, en van zijn macht… Is dat soms ten diepste ook een motief van de vroegere en huidige profeten- en apostelbeweging onder hen, die zich christenen noemen?

 Mozes’ profetie aangaande Gods komende unieke Profeet
“Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de HERE (Jahweh), uw God, u  verwekken; naar hèm zult u luisteren” (Dt 18:15; Hand 3:22;7:37; Joh 1:21,45; 6:14; 7:40).

Gods bevestiging van Mozes’ profetie
“Toen zei de HERE (Jahweh) tot mij: Het is goed, wat u gesproken hebt; een profeet zal Ik hun (Israël)
verwekken uit het midden van hun broederen zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond leggen en Hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik Hem gebied. De man die niet luistert naar de woorden die Hij in Mijn
naam spreken zal, van die zal Ik rekenschap vragen” (Dt 18:18-19; vgl. Joh 12:48; 14:10; 15:22).
 
DEZE beloofde Profeet is niemand minder dan Jezus Christus, de mens geworden Zoon van God (Rom 1:2; 16:25-26; Lk 1:68-70; Titus 1:2b-3).
 
Let wel:
*  God zou een Profeet zenden uit het midden van Israël, een Jood zoals Mozes! Dus niet iemand die geen
Jood is en niet tot het volk Israël behoort, zoals Mohammed uit de volken (Arabië) of een Ellen White
uit de volken (Jehova Getuigen, Amerika);
*  God zond géén ‘kopie van een boek’ uit de hemel (zoals Mohammed over de Koran dacht), maar Zijn
Zoon;
*  God Zelf legde Zijn woorden in de mond van de Zoon. Daarom staat geschreven: “Hij,die God
gezonden heeft, Hij (Zelf) spreekt de woorden Gods” (Joh 3:32,34; 7:16; 8:26,28; 12:49-50).
*  De Here Jezus zei: “Alles wat Ik (de Zoon) van Mijn Vader gehoord heb, heb Ik u (apostelen) bekend
gemaakt” (Joh 15:15).De Koran loochent en bestrijdt hevig dat de God van de Bijbel de goddelijke
Vader van Jezus is en Jezus Gods Zoon. Welke god heeft dan Mohammed een kopie van welk boek uit
de hemel laten geven (1Joh 2:22-23)?
*  God de Vader zal evenals God de Zoon rekenschap vragen van degene die niet luistert naar Zijn
woorden
via de Zoon,de Bijbel (Dt 18:19; Joh 12:47-49). Niet luisteren naar Gods Woord door middel
van de Zoon betekent niet alleen ongehoorzaamheid. Het manifesteert zich ook in ieder toevoegen,
afnemen en verdraaien van Gods Woord, ook door eigentijdse openbaringen en profetieën (Spr 30:6).

 
De canon van het Oude Testament is definitief afgesloten, voltooid!
 
Valse profeten in Israël (2Pe 2:1a; o.a. Jr 23:9-32) 
Er waren in Israël steeds ook valse profeten. Zij waren niet door God geroepen en niet door Hem gezonden. Zij hadden zichzelf tot profeet benoemd en spraken naar eigen goeddunken of om iemand of het volk Israël naar de mond te praten.[1]  Zij deden dit nota bene “in de naam des HEREN”. Onvoorstelbaar, dat ze eigen geloofsgenoten daarmee bewust misleidden en bedrogen.
Vóórdat Johannes de Doper als wegbereider voor DE Profeet en Messias kwam, zweeg God ongeveer 400 jaar en waren er dus geen door Hem geroepen profeten in Israël. Gelovige Joden leefden van de op schrift gestelde, gecanoniseerde woorden van de oude profeten, dus niet zelf van dromen, visioenen, beelden of indrukken.

Apocriefe boeken
In die 400 jaar tussentijd waren buitenbijbelse (apocriefe) geschriften ontstaan. Protestanten wijzen deze
buitenbijbelse boeken terecht af. Zij namen en nemen ze niet in de Bijbel op. Deze zijn immers geen absolute waarheid, zijn dus nooit gezaghebbend en nooit goddelijke maatstaf.

De rooms-katholieke kerk daarentegen hanteert ook wat betreft het Oude Testament: een Bijbel-PLUS – leer. Omdat bijvoorbeeld haar lering van het ‘vagevuur’ nergens in de Bijbel geleerd wordt en dus geen Bijbelse waarheid is, heeft zij zulke buitenbijbelse geschriften van het Oude Testament nodig om haar leer en praktijk te rechtvaardigen.
 
II Gods spreken in de Zoon

“God heeft nu aan het eind van deze dagen tot ons gesproken in de Zoon …” (Hb 1:2). De Zoon is sinds Zijn komst op aarde DE spreekbuis van God, de Vader: “Hij die God gezonden heeft, die spreekt de woorden Gods” (Joh 3:34). Jezus Zelf wordt zodoende “het Woord Gods” genoemd (Op 19:13).
God, de Vader, legitimeerde de Zoon door Zijn stem uit de hemel als vervulling van de profetie van Jesaja (o.a. Mt 3:17; 12:17-18; 17:5; Js 42:1 e.v.). En God de Vader bevestigde aan Israël de woorden en werken van de Zoon “door de (Messiaanse) tekenen en wonderen die God door Hem” in zijn midden deed  (Hand 2:22; 10:38; Lk 24:19; Joh 3:2). Jezus Christus, “de apostel en hogepriester van onze belijdenis” is ver verheven boven Mozes, de grootste profeet van het Oude Testament (Hand 7:22; o.a. Hb 3:1-6).

Gods Woord via de Zoon aan de unieke apostelen
In Zijn hogepriesterlijk gebed tot de Vader zei de Here Jezus: “De woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen… Ik heb hun uw woord gegeven”(Joh 17:8,14). En dàt Woord van God via de Here Jezus moesten de apostelen verkondigen – niet hun eigen woorden, meningen, stokpaardjes of subjectieve ervaringen.
“Hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil dat allereerst verkondigd is door de Heer en door hen, die het gehoord hebbend …” (Hb 2:3).
 
III Gods Woord via de unieke apostelen door middel van de Zoon
 
De Schrift vermaant ons: “Hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zo’n groot heil, dat allereerst verkondigd is door de Heer en door hen die het van Hem gehoord hebbend, op betrouwbare wijze aan ons hebben doorgegeven, God daaraan getuigenis gevende door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door het toedelen van de Heilige Geest naar Zijn wil”. Dat is Gods drievoudige legitimatie van de unieke apostelen en Zijn bevestiging van het feit dat zij Zijn Woord via de Zoon doorgaven en niet hun eigen opvattingen (Hb 2:3-4).
“Zij (de apostelen) gingen heen en predikten overal, terwijl de Here meewerkte, het Woord bevestigend door de tekenen en wonderen, die daarop (op de verkondiging) volgden” (Mk 16:20, als vervulling van Zijn belofte in de verzen 17-18; Hand 2:43;3:1-8;5:12-16; 9:34;14:3;19:11; Rom 15:18-19; 2Kor 12:12).

God spreekt tot Zijn kinderen uit Joden en heidenen (“tot ons”!, Hb 1:2b) in de Zoon via de geautoriseerde historische apostelen en profeten (ook uit het Oude Testament, Lk 24:25-17,32,44-46; Hand 3:18,22-25; 2Pe 3:1-3). Hun apostolisch woord (woord als apostel) is Gods Woord. Zij waren de historische getuigen en eenmalige grondleggers van leer en leven van de Gemeente van de Here Jezus Christus, die op de Pinksterdag ontstond (Ef 2:20).

Ook de apostel Paulus kon getuigen: “Het evangelie dat door mij verkondigd is, is niet naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus” (Gal 1:11-12). Daarom schreef hij de gemeente in Korinte: “Ik maak u bekend, broeders, het evangelie dat ik u verkondigd heb … Want vóór alle dingen heb ik u doorgegeven wat ik zelf ontvangen heb …” (1Kor 15:1-8). En aan de gemeente in Tessalonica: “Wij danken God onophoudelijk dat u, toen u het gepredikte woord Gods van ons ontvangen hebt, het aangenomen hebt, niet als een mensenwoord, maar, wat het inderdaad is: als een Woord van God, dat ook werkzaam is in u” (1Ts 2:13; 2:2; Gal 1:11)

Sinds de komst van Jezus Christus, de Zoon, lezen wij nooit meer de aankondigingsformule van Israëls profeten tot het volk Israël: “Zo spreekt Jahweh”. Zó spreekt de Vader niet tot Zijn kinderen in Christus!
  
IV Gods laatste spreken in de Zoon tot de laatste apostel

De laatste openbaring van God aan Jezus Christus om aan Zijn dienstknechten mee te delen is die aan de
laatste apostel die toen nog in leven was: de naar Patmos verbannen oude apostel Johannes (Op 1:1e.v.).

*  Ons boek Openbaring is zodoende ook het laatste Bijbelboek. Dat is ook de reden, waarom er niets
aan toegevoegd mag worden, maar er ook niets van afgedaan mag worden (22:18-19).
*  De canon van de Schrift is sindsdien compleet na alle deelopenbaringen die er tot dan toe aan de
apostelen en profeten als fundamentleggers gegeven waren (Ef 2:20; 4:11).
    Gods Openbaring via de Zoon aan de unieke apostelen, de canon van de Schrift is
definitief afgesloten.
Er zijn daarna geen apostelen in engere zin meer als oor en ooggetuigen
en geen profeten meer – alleen valse apostelen (vgl. Op 2:2; 2Kor 11:13-15) en vele valse
profeten (Mt 24:11,24; Mk 13:22; 1Tim 4:1-2;  1Joh 4:1; Op 16:13-14) uitlopend op de valse
profeet, de anti-Geest, die juist ook misleidt door “grote” valse tekenen (Op 13:11 ev.)
*  Sinds de canon van de Bijbel spreekt God op directe wijze door de Schrift! De Heilige Geest helpt
Gods kinderen om via de door Hem geïnspireerde Bijbel God, de Vader en de Here Jezus en de
kolossale rijkdom in Hem dieper te leren kennen (1Kor 2:10-12; Ef 1:3,17-23; 3:18-19).
 
V  Gods spreken via de schriften van de apostelen

De apostel Paulus wijst de gemeente in Tessalonica indringend terecht: “Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van de Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, dat u niet gauw uw bezinning verliest of in onrust verkeert  – hetzij door een geestesuiting (!), hetzij door een prediking, hetzij door een brief alsof van ons afkomstig alsof de dag Des Heren (al) aanbrak. Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook. Want éérst …Herinnert u zich niet dat ik (als apostel), toen ik nog bij u was, u dit meermaals gezegd heb?” (2Ts 2:1-5).
Juist ook als apostel, maar ook als geestelijke vader van gelovigen in Tessalonica moet Paulus vermanen: “Daarom staat vast en houdt vast aan de overleveringen die door ons (apostelen), hetzij  mondeling (Hand 17:1-4), hetzij schriftelijk geleerd zijn” (2Ts 2:15).

Samenvatting

*  Sinds het heengaan van de laatste geautoriseerde apostel Johannes zijn er geen Bijbelse apostelen
meer, uitsluitend “valse apostelen” – tot op heden.
*  De apostel Johannes is met het boek Openbaring de laatste Bijbelse profeet.
*  Daarom zijn er na deze laatste profetie aan de laatste apostel ook geen Bijbelse profeten meer
alleen maar ”valse profeten”– “wolven in schapenvacht” (Mt 7:15-23).
*  Gods openbaring via Jezus Christus aan de apostel Johannes is Gods laatste profetisch spreken tot
Zijn kinderen, Gods laatste profetie via de Zoon (Op 1:1).
*  Daarom hebben de Bijbelse profetieën “afgedaan”.[2]
*  Evenals de Zoon spreekt ook de Heilige Geest “niet uit Zichzelf” (Joh 8:26,28,38;12:49-50). De
Heilige Geest neemt “uit Jezus Christus”, wat de Vader aan de Zoon gegeven had (Joh 16:13-15). Waar
God na het boek Openbaring niets méér aan de Zoon geeft, kan ook de Heilige Geest niets uit de Zoon
“nemen”. Dus de Geest kan niets ‘méér’, niets nieuws openbaren!

Iedere buitenbijbelse, ‘nieuwe’ openbaring door de ‘Geest’ is dus niet de “Geest der  Waarheid”. Ze is of uit de oude mens, die God in Christus aan het kruis veroordeeld heeft, of uit “een andere  geest”, een instrument van dè valse profeet (anti-Geest). Een typisch kenmerk daarbij is de ongeoorloofde scheiding die gemaakt wordt tussen de Zoon en de Heilige Geest, tussen Gods Woord en de Heilige Geest.

Uitsluitend het Woord van God, de Schrift, is het geestelijk zaad voor redding, wedergeboorte, heiliging en dienst (Jak 1:18,21;1Pe 1:23; 2Tim 3:14-17). Daarom was Paulus “een geroepen apostel, afgezonderd tot het evangelie van Godten aanzien van Zijn Zoon” (Rom 1:1-3). Géén ander zaad! (Gal 1:6-9).

Els Nannen

 


[1] o.a. Dt 13:1-5; 18:18-22; Js 30:8-11; Jr 5:30-31; 8:10b; 14:14-16; 23:11-16,21-22,25-32; 27:9-10,14-15; Ezech
13:1-9,17-23; 22:28; Micha 3:5-7,11

[2] Gr. katargeoo: buitenwerking stellen, te niet doen, 1Kor 13:8 vgl. Rom 3:3,31; Ef 2:15; doen ophouden.