“Een zekere Jood, genaamd Apollos (Hand 18:24-28)

Wij kunnen veel van deze geleerde uit Alexandrië in Egypte leren zowel van datgene wat hij bezat als van dat wat hem ontbrak. Behalve in bovengenoemde passage wordt hij nog 5 keer in het Nieuwe Testament vermeld.[1]

“doorkneed in de Schriften” (18:24)
Deze geleerde joodse theoloog was een grondige kenner van het Oude Testament, speciaal van de profetieën over de beloofde Messias. Zijn gezindheid, denken en spreken waren door de Schriften gevormd. Voor hem was het Oude Testament Gods onfeilbaar, betrouwbaar Woord, de hoogste autoriteit en maatstaf. Alle menselijke (Griekse) filosofieën en wetenschap moesten daaraan getoetst worden.

Bijenmethode van Bijbelstudie
Apollos was als een bij die zich persoonlijk diep ‘in de bloesem boort’ om er zoveel mogelijk  ‘kostbare nectar’ uit te halen. Zo onderzocht hij nauwkeurig: Wat zegt de tekst letterlijk? Wat is het directe en het wijdere verband? Schrift met Schrift vergelijken, Woordstudie … Dat alles en nog meer kost tijd en inspanning. Maar dat loont! Zie Apollos, die daardoor “van veel nut voor de gelovigen” werd (18:27b).

Vlindermethode van Bijbellezen
Apollos was dus niet als een vlinder die kortstondig van de ene lievelingstekst naar de andere vliegt en zodoende zowel over het verband als over andere Bijbelse gegevens heen ‘vliegt’ en ze niet ziet.
Zo zijn er bijvoorbeeld christenen die ‘vliegen’ van “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader … hem trekke” (Joh 6:44) naar “Hij (God) ontfermt Zich over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil” (Rom 9:18). Zij onderzoeken niet het verband noch de personen op wie deze woorden slaan. Zij wachten af of zij wel uitverkoren zijn en door God tot Jezus getrokken zullen worden. Zo ontgaat hun Jezus’ uitnodiging: “Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven …” (Mt 11:28-30). Of ook “Al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden” (Rom 10:8-13).
Anderen kennen hoofdzakelijk 1Korinthiërs 12 en 14. Of zij ook onze tweede brief van de apostel Paulus aan die gemeente gespeld hebben? Beseffen zij dat de Here Jezus toebehoren en volgen onvermijdelijk zelfverloochening, kruis dragen, smaad en lijden in deze wereld betekent?
Maar zulke Bijbelse feiten ontdekken wij alleen als wij als Apollos aan grondige Bijbelstudie doen en zodoende “doorkneed in de Schriften” raken, ook in die van het Nieuwe Testament.
Overigens, hoe velen van hen die zich christen noemen, kennen überhaupt de namen van alle Bijbelboeken uit hun hoofd en weten waar deze te vinden zijn? Is dat niet het allerminste?

nauwkeurig” Bijbelonderricht
Na zijn nauwkeurig Schriftonderzoek  “leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had” (18:25). Dat laat zijn eerbied voor God en dus voor Gods Woord zien. Hij schraapte niet willekeurig teksten bij elkaar om zijn Bijbeluitleg te rechtvaardigen. Hij gebruikte daarvoor ook geen buitenbijbelse bronnen als dromen of visioenen. Hij voegde niets aan de Schriften toe (Spr 30:6). Hij deed er ook niets van af en verdraaide (2Pe 3:16) niets.

Een van de grote problemen in de vorige en in deze eeuw is het willekeurige Bijbelgebruik.[2] Ook worden Bijbelteksten die uitsluitend op Israël slaan, op de Gemeente van Jezus Christus toegepast (o.a. Joel 2:28e.v.). Omgekeerd worden Bijbelteksten die slaan op de Gemeente van Jezus Christus uit wedergeboren Joden en niet-Joden als geestelijke Bruid van Christus (o.a. Ef 5:23-27,29-30,32) op Israël toegepast. Pinksteren betekent echter uitsluitend het geboortefeest van de Gemeente van Jezus Christus, Zijn (geestelijk) Lichaam – zoals wij met kerstmis de geboorte van het Hoofd   van Zijn (geestelijk) Lichaam, Jezus Christus gedenken.

 Zelf onvolledig ingelicht
Apollos was onvolledig ingelicht. Hij kende alleen de profetieën omtrent Jezus en de doop van Johannes de Doper, de wegbereider van de Here Jezus. Hij was blijkbaar niet op het Pinksterfeest in Jeruzalem aanwezig geweest. Hij had zodoende niet de christocentrische verkondiging van de apostel Petrus gehoord: “Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jezus,de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft ….” (Hand 2:22-40). Petrus verkondigde de Joden de reeds gekruisigde, opgestane en verheerlijkte Messias, bekering tot Hem en de doop in de naam van Jezus Christus. Dat was op die dag waarop de Heilige Geest op aarde gekomen was om in de afzonderlijke gelovige (1Kor 6:19) èn in de Gemeente van Jezus Christus (1Kor 3:16-17) te komen wonen.
Maar van dat alles wist Apollos nog niets. Bij zijn bezoek aan de synagoge in Efeze was hij dus nog geen Messiasgelovige Jood. En wat hij niet wist, kon hij dan ook niet verkondigen.

Nog nauwkeuriger
Er was in Efeze nog geen christelijke Gemeente. Zo ging het Messiasgelovige echtpaar Priscilla en Aquila naar de synagoge, al werd daar nog steeds Mozes en niet Jezus verkondigd. Zeker gingen zij er biddend heen in de verwachting dat God ontmoetingen leidt, waarbij zij getuigen van Jezus Messias zouden kunnen zijn. Waren misschien zijzelf niet ook op die manier in Rome met het evangelie in aanraking gekomen?
Bovendien werden in een synagoge Mozes en de profeten gelezen en uitgelegd en niet per definitie dwaalleringen verkondigd. Dat in tegenstelling tot o.a. bij Adventisten, Jehova Getuigen, Mormonen en ook in de rooms-katholieke kerk. Was men lid van bijvoorbeeld één van deze laatste groeperingen of kerk en is men overeenkomstig Handelingen 26:18-20 Bijbels bekeerd, dan kan men zich niet op het gedrag van Messsiasgelovige Joden in de overgangsperiode vóór de verwoesting van Jeruzalem en de verstrooiing van de meeste Joden in het jaar 70 beroepen om te blijven deelnemen aan dergelijke onbijbelse bijeenkomsten.
Een beroep op Hebreeën 10:25 is absurd. Het gaat er in deze brief aan toenmalige christen-Joden en geïnteresseerde Joden om dat zij niet terug moeten vallen naar de bijeenkomsten in de synagogen om vervolging te ontlopen. Zij moeten de “eigen (d.i. Joods-christelijke bijeenkomsten) niet verzuimen” om in het evangelie en in het geloof in de Messias opgebouwd te worden.

Toen het echtpaar Apollos in de synagoge hoorden, merkten zij een kennishiaat bij hem ondanks de uitstekende uitleg van de profetieën aangaande Jezus. Had echter niet Johannes de Doper de Joden gezegd dat zij moesten geloven “in Hem, die na hem kwam, dat is Jezus” (19:4)? Deze is toch de Vervuller van Mozes en de profeten! Het echtpaar onderkende zijn verantwoordelijkheid voor deze geleerde schriftkenner, zag zijn taak voor deze éne mens. Uit liefde gaven zij hem hun tijd en kracht.

Een ootmoedige theoloog
Hij, de geleerde theoloog, nam de uitnodiging van het tentenmakers- en ‘leken’-echtpaar aan. Hij voelde zich door zijn studie, positie en redetalent niet ‘ver boven hen verheven’. En hij kon luisteren! Hij nam “het volle evangelie” van de reeds gekomen, gekruisigde, opgewekte, verheerlijkte en wederkomende Jezus Messias aan.
Ook christenen hebben elkaar nodig. Niemand heeft zelf alle Bijbelkennis ‘in huis’. Alle leden van het éne (geestelijk) Lichaam van Christus hebben elkaar nodig. Daarom heeft Christus leraars, herders en evangelisten aangesteld – ieder met eigen gave en opgave (Ef 4:11-16; Rom 12:3-8).

Een dubbel gezegende theoloog
Apollos “bewees uit de Schriften dat het Jezus is die de Messias is” bij zijn openbare bestrijding van de Joden (18:28). Door het Schriftbewijs was hij “uit genade van veel nut voor de gelovigen”.

 

Els Nannen, juni 2014

 

 


[1] 1Kor 1:12; 3:4-8,22; 4:6; 16:13; Titus 3:13

[2] Zie o.a. Els Nannen Waarlijk vrij?Bevrijdingspastoraat in het licht. Uitgeverij Voorhoeve, 2010