Apostelen – eenmalig of een Tweede Apostolisch Tijdperk?

I  Schijnapostelen

a. Zelfs in het apostolische tijdperk (eerste eeuw) stonden al andere, zogenaamde apostelen op. Zij hadden zichzelf aanbevolen in de gemeente in Korinte. Meer nog, zij bezaten tenminste “aanbevelings-brieven” (2Kor 3:1;10:12; vandaag: aanbeveling door eigentijdse profetieën van eigentijdse profeten). Dat in tegenstelling tot de apostel Paulus. Indrukwekkend. Bovendien kwamen zij met iets nieuws, met het ‘volle’ evangelie: ‘er is meer’. Wie is ook weer de uitvinder van iedere geestelijke ‘er is méér’ ideologie? Zie Genesis 3! De apostel Paulus zelf was toch eigenlijk ook maar “niets” in vergelijking met die “superapostelen” (2Kor 11:5; 12:11).De (veelal vleselijke) gemeente in Korinte was “zeer tolerant” tegenover dat ‘méér’ van de schijnapostelen. Hun zonde echter was dat zij dat ‘meer’ niet toetsten aan de verkondiging van hun geestelijke vader: de door God en Jezus Christus geroepen, geautoriseerde en gelegitimeerde apostel Paulus!

“Een andere Geest, een ander evangelie, een andere Jezus” (2Kor 11:2-4)
Het ‘volle evangelie’ van die pseudo-apostelen bleek echter “een ander evangelie” uit “een andere geest” te zijn, waardoor de aandacht op Jezus alleen als de (geestelijke) Bruidegom van Zijn Gemeente afgetrokken werd naar een Jezus‘plus’. Zo ontstond er “een andere Jezus”dan het geslachte Lam (Op 19:7,9).
Paulus moest hen ontmaskeren als “bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus”. Hun arrogante instelling was: Waarom zou het eervolle apostelschap ‘beperkt’ blijven tot de apostel Paulus? Bij deze jaloezie op Paulus en hun eigen eerzucht kon “de satan, die zich voordoet als een engel des lichts” mooi aanknopen en hen tot “zijn dienaren” maken (verzen 13-15).
De listige slang kan met haar bedrog alles en allen nabootsen, zelfs God, Jezus, de Heilige Geest, Zijn gaven – ook het Bijbelse apostelschap met zijn apostolische autoriteit, en profeten met hun profetieën. De imitator kan concrete zonden aan het licht brengen – liefst in het openbaar! De Heilige Geest echter overtuigt van zonde, van ons zondigzijn tegenover de heilige God (Joh 16:8). De listige slang spreekt zelfs over het bloed van Christus om christenen te verblinden. Ze kent de Bijbel heel goed – helaas vaak beter dan de doorsnee christen en voorganger of predikant.

b. Eigenmachtige apostolische groepen en kerken
Al in de 19e eeuw  werden verschillende apostolische kerken gesticht. Men verwachtte de spoedige wederkomst van Jezus Christus en wilde daarom o.a. het apostelambt herstellen. Zo ontstond de Nieuw Apostolische Kerk in Nederland  met een ‘stamapostel’.Deze wordt als de directe representant van Christus op aarde beschouwd. “Zijn woord geldt als belangrijker dan de Bijbel”.[1]  Er zijn ook vorige eeuw diverse apostolische kerken ontstaan, vaak door scheuringen in de eigen gelederen.
Helemaal eigenmachtig is de onherroepelijke rooms-katholieke leer van de apostolische successie. Waar staat in de Bijbel geschreven dat de apostel Petrus een opvolger van hem ingesteld en aangesteld heeft? Zou een paus van Rome Gods geschreven Woord serieus nemen, dan zou hij zijn “apostolische stoel” opgeven en nooit meer een “apostolische zegen uitdelen”, ook de huidige vriendelijke paus niet.

c. Nog altijd vijf bedieningen in de Gemeente? (Ef 4:11)
In bepaalde christelijke kringen gaat men van de vooronderstelling uit dat het boek Handelingen geen beschrijving (description) van het historische ontstaan en de historische ontwikkeling van de Gemeente van Jezus Christus is, en dus niet eenmalig. En dat de bijzondere gebeurtenissen die daarin vermeld worden als een model of zelfs voorschrift (prescription) opgevat moeten worden. Die gebeurtenissen zouden dan door alle eeuwen heen te allen tijd kunnen of zelfs moeten plaats vinden.
Vanuit een zelfde buitenbijbels vooroordeel worden alle gaven van de Heilige Geest (geselecteerd uit Kor 12 en 14) evenals alle vijf bedieningen (Ef 4:11: apostelen, profeten, evangelisten, herders, leraars) geïnterpreteerd, alsof ze blijvend door de Here Jezus gegeven zijn tot Zijn wederkomst. Dus zouden ook de dienst, het leerambt met leergezag en de autoriteit van de 12 apostelen van de Here Jezus plus de apostel Paulus niet eenmalig zijn, maar tot op de wederkomst van de Here blijvend. Daarmee bedoelt men wat anders dan het feit, dat sommige afgevaardigden van een plaatselijke gemeente in de Bijbel ‘apostelen’ genoemd worden (Ned. vertaling: afgevaardigden, 2Kor 8:23; Fil 2:25).

 d. 2001 – “begin van het Tweede Apostolische Tijdperk”?
Prof. Peter Wagner (Californië), een bekend voorman in de charismatische beweging en de ”Geestelijke oorlogvoering tegen satan en demonen” kondigde een ‘Nieuwe Apostolische Tijdperk’ aan. Hij typeert de ontstane beweging daarin als ‘de Nieuwe Apostolische Reformatie’.[2]  Met deze naam wil hij zich onderscheiden van de diverse al bestaande richtingen die het woord ‘apostolisch’ gebruiken. Peter Wagner baseert zijn bewering o.a. op enkele eigentijdse profetieën.
John MacArthur laat aan de hand van citaten zien dat Peter Wagner terug wil naar de gemeente van de eerste eeuw, waar alle gaven van de Geest functioneerden, inclusief de ‘gave’ van apostelschap. “Peter Wagner beweert dat zijn eigen apostelschap in 1995 begon toen twee profetessen verklaarden dat hij een apostolische zalving ontvangen had. In 1998 werd op een conferentie zijn apostolische roeping bevestigd door een andere profetes”.
Is het niet opvallend dat een persoonlijke buitenbijbelse ervaring (zgn.‘apostolische zalving’) door buitenbijbelse profetieën bevestigd wordt? En dat de wortel van deze nieuwe tak van de charismatische beweging buitenbijbelse profetieën is – niet: Gods geschreven Woord?!

Hoe kunnen en moeten wij deze ernstige dwaalleer in de nieuwe tak van de charismatische beweging vanuit Gods Woord beoordelen? Zijn er ook in onze tijd nog – zelfs niet-joodse! – mensen met Bijbelse apostolische roeping, toerusting, volmacht, zending en bevestiging als in de eerste eeuw? Hoe ontstond en ontwikkelde zich het apostelschap van de Joodse discipelen van de Here Jezus destijds? Wat zijn de eenmalige kenmerken van de Bijbelse twaalf apostelen?

 II  Het Bijbelse apostelambt – uniek, niet herhaalbaar, niet overdraagbaar, niet te (ver)erven

a. De twaalf apostelen – op aarde door Christus uitgekozen
Jezus had “een grote schare van Zijn discipelen”. Daaruit koos Hij twaalf, die Hij ook apostelen noemde”.
Lk 6:12-18). Twaalf en niet meer! Het waren Joodse discipelen die met naam en toenaam genoemd worden. De Here Jezus had hen weliswaar uitgekozen, maar noemt hen “door de Vader gegeven” op Zijn gebed (Joh 17:6,24).
Door Judas’ zelfmoord op grond van zijn “verraad van onschuldig bloed” werd na gebed van de elf apostelen Mattias als vervanger gekozen na Jezus’ Hemelvaart (Hand 1:26). De Here Jezus koos bovendien Paulus uit om apostel van de niet-Joden (heidenen) te worden. Dat gebeurde echter pas na Zijn kruisdood, opstanding en Hemelvaart.

b. “uitgekozen opdat zij met Hem zouden zijn” (Mk 3:14a)
Om de boodschap van de Christus te kunnen verkondigen moesten zij eerst de Christus van de boodschap life leren kennen. Jezus Christus is immers de inhoud van Gods evangelie (Hand 2:22 e.v.;Rom 1:1-3).
Hoe was Jezus’ verhouding tot God de Vader (o.a. zijn gebedsleven), en van de Vader tot Hem (Mt 3:15-17; 17:5)? Hoe was Zijn houding tegenover zoekende zondaren als Zacheüs (Lk 19), tegenover zieken, gebonden mensen, armen, vrouwen, buitenlanders, godsdienstige leiders enz. Wat zei Hij en hoe zei Hij het? Wat deed Hij wanneer?

c.  Unieke oog- en oorgetuigen van Jezus Christus
“U bent van begin af aan met Mij”, op aarde dus (Joh 15:27). In juridische zin moesten deze twaalf  “vanaf de doop van Johannes de Doper tot Hemelvaart”, in het bijzonder “getuige van Zijn (Jezus’) opstanding” zijn (Hand 1:21-22;3:15; 5:30-31;10:37-42; 13:28-31; Lk 24:26-43) – fysiek, dus niet: via dromen, beelden of visioenen e.d..
Hun grote opdracht was: “U zult Mijn getuigen zijn” onder Joden, Samaritanen en heidenen (Hand 1:8) – niet: getuige van de Heilige Geest, niet: van de unieke ervaring op de Pinksterdag. Ook niet: Getuigen van Jehova al helemaal niet van de islamitische ‘Isa.
Kenmerk van het Bijbelse getuigenis is dat het christocentrisch is tot eer van God (Hand 2:22 e.v.; 2Pe 1:16;1Joh1:1-3,5; 3:11;4:14).

d. Unieke Leraar – uniek onderwijs
In Zijn gebed tot de Vader sprak Jezus over Zijn 12 apostelen: “Ik heb hun uw Naam geopenbaard” (Joh 17: 6,26). Heel bijzonder. Dat kon ook niemand beter doen dan de Zoon die van de Vader kwam. ”Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon die aan de boezem  van de Vader is, die heeft Hem doen kennen”, schrijft de apostel Johannes uit ervaring (Joh 1:18).
Verder zei de Here Jezus in dit gebed: “Ik heb hun (de apostelen) de woorden gegeven, die U Mij gegeven hebt” (Joh 17:8,14). “God heeft nu in het einde van deze dagen tot ons gesproken in de Zoon” (Hb 1:2). De Here Jezus “sprak als Gods Gezondene Gods woorden”, die Hij van de Vader ontvangen had (Joh 3:34). Hij verklaarde daarom terecht: “Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem die Mij gezonden heeft” (Joh 7:15; vgl. Js 50:4-5).

Jezus Christus sprak niet uit Zichzelf
De Here Jezus zei: “Het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen op de jongste dag. Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij gezonden heeft, heeft Zelf Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet … Wat ik dan spreek, spreek Ik zó als de Vader Mij gezegd heeft” (Joh 12:48-50; 8:16,28,38). Jezus’ Woord is Gods Woord (Joh 3:34). De Here Jezus wordt zelfs “het Woord Gods” genoemd (Op 19:13)!
“Het heil, allereerst verkondigd door de Heer” legitimeerde God door Messiaanse tekenen en wonderen (Joh 12:37;20:30; Hand 2:22; Hb 2:3a).

“Het heil ons op betrouwbare wijze overgeleverd door hen (de 12 apostelen) die het (van Hem, Jezus) gehoord hadden, God getuigenis daaraan gevende door (apostolische) tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de heilige Geest toe te delen naar Zijn wil” (Hb 2:3b-4; Mk 16:20).
De apostolische verkondiging werd door zowel God als ook door Jezus Christus als Gods Woord bevestigd als de waarheid, betrouwbaar, gezaghebbend en normatief. Ook schrijft de apostel Paulus: “God heeft te zijner tijd zijn Woord openbaar gemaakt in de verkondiging die mij is toevertrouwd” (Titus1:2; Ef 3:8-9) – eerst mondeling, daarna in zijn brieven op schrift gesteld.

Gods laatste spreken door de Zoon
In het laatste Bijbelboek lezen wij Gods openbaring die Hij aan Jezus Christus gegeven had om via Zijn engel aan Johannes, de laatst levende apostel van Jezus Christus mee te delen wat spoedig (op Gods tijd) moet geschieden. Deze “heeft van het Woord Gods getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus en van alles, wat hij zag” (Op1:1-2).
Er kan dus nooit een nieuwe openbaring van God via Jezus Christus aan een mens zijn. Niemand die zichzelf een apostel noemt of zich apostel laat noemen, heeft één van de bovengenoemd kenmerken, laat staan alle. Niet alleen hun eigengereid gezag, hun woorden en werken moeten ter wille van onwetenden getoetst worden. “Ieder, die verder gaat (“er is méér”) en niet blijft in de leer aangaande Christus, heeft God niet… Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en heet hem niet welkom. Want wie hem welkom heet, heeft deel aan zijn boze werken” (2Joh 9-11).

Ook de Heilige Geest spreekt “niet uit Zichzelf” 
Ook de Heilige Geest is “gezonden” en spreekt dus alleen de woorden van Zijn Zender. Dat betekent dat  de Zoon de woorden van de Vader ontving; dat de Heilige Geest Gods woorden via de Zoon ontving en alleen deze ontvangen woorden aan de 12 apostelen doorgaf na Christus’ Hemelvaart. Dat alles is door de 12 apostelen en de apostel Paulus eerst mondeling en daarna schriftelijk verkondigd. Alleen dat apostolische woord is Gods Woord, opgeschreven in het Nieuwe Testament.   

 e. Christus’ lering aan Zijn apostelen vóór Zijn Hemelvaart
Jezus Christus had zich na Zijn lijden met velerlei tekenen levend aan Zijn apostelen vertoond, veertig dagen lang. Ook sprak Hij tegenover deze (Joodse) apostelen over alles wat het Koninkrijk Gods betreft.
Benieuwd wanneer Christus het koningschap voor Israël zou herstellen, gingen zij niet van alles berekenen en speculeren. Zij gingen met hun vraag naar de Enige die een competent antwoord kon geven: naar de Heer Zelf. Het is niet hun (en onze) zaak om data te berekenen of ze zelfs te weten. Hun enige taak is getuige van Jezus Christus te zijn, van Zijn Persoon, Zijn zoendood aan het kruis, Zijn lichamelijke opstanding, Zijn wederkomst, Zijn gericht (Joh 5:22; Hand 17:30-31) enz..

 f. Het leerfundament van de Gemeente – door de Bijbelse apostelen
De Gemeente van Christus wordt wel met “Gods bouwwerk” vergeleken. Dezelfde unieke apostelen waren met profeten geroepen het leerfundament van de Gemeente te leggen (Ef 2:19-22). “Het fundament is gelegd” door hen.“Het ligt er, namelijk Jezus Christus” (1Kor 3:11). Hij vormt “de hoeksteen”.[3]

Opbouwwerkers met welk materiaal?
Niemand van de eigentijdse ‘apostelen’ zijn fundamentbouwers, wel ‘opbouwers’ op het bestaande fundament. Ieder van hen wordt wel door de geautoriseerde apostel Paulus gewaarschuwd te bedenken met wat voor ‘materiaal hij of zij bouwt. Op het christocentrische fundament moet uitsluitend christocentrisch opbouwwerk volgen. Het gaat toch om de “opbouw van het Lichaam van Christus”.
Een opbouw met de nadruk op bv. (een ‘nieuw werk van’) de Heilige Geest met een selectie van Geestesgaven, met de boodschap van gezondheid, geluk, welvaart en overwinning over satan met zijn demonen, met de inbeelding dat wij hier en nu het Koninkrijk van God op aarde moeten vestigen om Jezus Christus bij Zijn Wederkomst een ‘gespreid bedje’ te bereiden, enz. enz. kenmerkt de Bijbel als hout, hooi en stro. Dat lijkt op aarde wel imposant en aantrekkelijk. Maar als Gods kinderen voor de rechterstoel van Christus staan, blijkt al zulk werk niet vuurbestendig te zijn. Een kind van God wordt wel uit genade gered op grond van het gestorte zoenbloed van deze Rechter, “maar als door vuur heen” (1Kor 3:12-15). Tenzij Christus, de Rechter tegen de valse profeten en demonenuitdrijvers moet zeggen: “Ik heb u nooit gekend, gaat weg van Mij, gij werkers van onwettig gedrag” (Mt 7:15-23; zie 2Kor 13:5!).
Men zal ook rekenschap moeten geven van alles, wat men gezegd, geschreven en al of niet gedaan heeft, waardoor anderen zijn misleid (2Kor 5:9-10).

 Gods geheimenissen – de unieke apostelen als rentmeesters
“Zo moet men ons (apostelen!) beschouwen: …als rentmeesters (vgl. Lk16:1) van de geheimenissen van God”. God heeft aan Johannes en vooral aan Paulus Zijn eeuwenlang verborgen gedachten geopenbaard. Het zijn er ongeveer tien. Bijvoorbeeld:
*  Het geheimenis van Christus en de “onnaspeurlijke rijkdom in Hem ”. “God heeft ons gezegend met iedere geestelijke zegening in de hemelse gewesten in Christus” (Ef 3:1-13; 1:3). Buiten Zijn Zoon heeft de hemelse Vader niets te geven, alles is in Jezus Christus, de Heer!.
Het is een onvoorstelbare misleiding van de actieve anti-geest (de valse profeet uit Op 13) om de Heilige Geest te scheiden van de Zoon: Jezus Christus ‘plus’ de Heilige Geest. Daarbij heeft in de praktijk de Geest ‘méér’ te bieden en ‘méér’ te zeggen. Zodoende staat de Geest hoe langer hoe meer centraal; men verlangt naar ‘meer van de Geest’ (i.p.v. 2Pe 3:18!), bidt om een ‘nieuwe uitstorting’ van de Geest alsof er een Hemelvaart van de Geest plaats gevonden heeft en verzint de indeling: Het Oude Testament als het tijdperk van God, de evangeliën als het tijdperk van Jezus Christus, vanaf Pinksteren tot Jezus’ wederkomst als het tijdperk van de Heilige Geest. Het is echter niet Jezus ‘plus’ de Geest, maar Jezus in en door de Heilige Geest door de Vader (Joh 14:17,20,28; Titus 3:4-7).
Gods kinderen wachten niet op een ‘nieuw Pinksteren’, maar op de wederkomst van hun Heiland en Here, Jezus Christus. Daartoe zijn zij toch bekeerd (1Ts 1:10)! Of zijn zij geen bekéérde christenen?

* “Het geheimenis van de wetteloosheid door de afval (2Ts 2:3-12).
De satan misleidt met “alle krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen en met allerlei verlokkende ongerechtigheid” (2Ts 2:9-10; bv. 1Tim 6:5-10). God Zelf “zendt een dwaling waardoor zij de leugen geloven”, omdat “zij de liefde tot de waarheid niet aangenomen hebben”. Helaas zijn er in toenemende mate christenen die geen liefde tot de waarheid hebben: alleen Gods geschreven Woord, alléén Jezus Christus, alléén uit genade, alléén door geloof. Maar “U die de HERE lief hebt, haat het kwade” (Ps 97: 10) – ook in leer, praktijk en leven. Dat is kenmerkend voor de “vreze des Heren” (Spr 8:13).

 “uitgekozen opdat Hij hen uitzende om te verkondigen” (Mk 3:14b)
Paulus was een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd ter verkondiging van het evangelie van God aangaande zijn Zoon” (Rom 1:1-3; 1Kor 1:118,23; 2:2; 2Kor 4:5; Hand 9:20). Geen ander evangelie (Gal 1:6-9)! Geen ander pastoraat (Kol 1:27b-29)! Petrus verkondigde uitgerekend op de Pinksterdag Jezus Christus, de Heer (Hand 2:22-36; ook 3:12-26;10:37-43; 2Pe1:16-18).
“Het woord aangaande Christus wone rijkelijk in u … Doet alles in de naam van de Here Jezus,
God, de Vader, dankende door Hem” (Kol 3:16-17)”

Els Nannen, 1990, 2014.

 


[1] Prof. Dr. C.J. Bleeker e.a.: Encyclopedie van de godsdiensten, kerken en sekten, 1978 pag. 50-51

[2] Voor een goede toetsing hiervan zie: John MacArthur: Strange Fire. The danger of offending the Holy Spirit with counterfeit worship. Nelson Books, 2013, pg. 85-103

[3]  Ef 2:20; 1Kor 3:9-11;zie ook Mt 21:42; Mk 12:10; Lk 20:17; Hand 4:11; 1Pe 2:6-7;  en Ps 118:22