De God van overvloedige genade in Jezus Christus

Laten wij eens de vele Bijbelteksten lezen, die vooral onze overvloed in Jezus Christus openbaren. Mogen ze diep tot ons doordringen tot eer van God.

„Veel meer is de genade van God en de genadegave … in Jezus Christus voor zeer velen overvloedig geworden … overvloed van genade” – veel meer dan de gevolgen van Adams overtreding van Gods gebod voor zeer velen (Rom 5:15-17).
“In Hem (Christus) hebben wij de verlossing (d.w.z. de loskoop uit de zondeslavernij tegen de hoogste prijs:) door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen naar de rijkdom van zijn genade, die Hij ons overvloedig bewezen heeft … “ (Ef 1:7-8).

God heeft al zijn geestelijke zegeningen, alle geestelijke overvloed als het ware gebundeld in Jezus Christus, Zijn Zoon (Ef 1:3). Zodoende lezen wij het volgende.
Christus zegt: “Ik ben gekomen , opdat zij leven hebben en (het) overvloedig hebben ” (Joh 10:10).

Paulus weet uit eigen ervaring wat het betekent om “vernederd te worden” (Fil 4:12; 1Kor 4:9-13), maar ook “wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd … zowel in overvloed als in gebrek. Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft” (Fil 4: 12-13; 2Kor 4:7; 12:10).Paulus ervaart in zijn dienst niet alleen dat “het lijden van Christus overvloedig over ons komt”, maar dat hem dáárin “ook door Christus overvloedig vertroosting ten deel valt … het is u tot een troost die werkzaam wordt in het volharden in (verdragen van) hetzelfde lijden dat ook wij ondergaan“ (2Kor 1:1-6; 1Kor 4:9-13).

Door het “beproefd-zijn in veel verdrukking” van de Macedonische christenen hebben “door de genade van God” hun “overvloedige blijdschap en diepe armoede de rijkdom van hun mildheid nog bevorderd” (2Kor 8: 1-5).
De apostel Paulus “tracht aan de toewijding van anderen de echtheid van de liefde (van de gelovigen in Korinte) te toetsen” (vers 8) en zegt hun: “Het dienstbetoon … vult niet alleen het tekort (gebrek) van de heiligen (in Macedonië, 8:14) aan, maar is ook overvloedig door veel dankzeggingen aan God” (2Kor 9:12).

Paulus betuigt zijn “overvloedige liefde” voor de gemeente in Korinte – ondanks alle problemen en moeiten die bij uitstek deze gemeente hem geeft. Maar “hoe meer” hij haar liefheeft, des te “minder ontvangt” hij liefde van diverse leden (2Kor 2: 4; 8:7; 12:15).
Paulus bidt voor de gelovigen in Filippi dat “uw liefde nog steeds overvloediger wordt in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, opdat u toetst, waar het op aan komt (toetst, wat het verschil uitmaakt)…” (1:9-10).

Paulus bidt voor de gelovigen in Rome dat “de God van de hoop (hen) met louter vreugde en vrede in geloof vervullen om overvloedig te zijn in de hoop in de kracht van de Heilige Geest” (Rom 15:13).

Omdat Jezus Christus door zijn zoendood aan het kruis en zijn opstanding de dood overwonnen heeft, bemoedigt (vermaant) Paulus de gelovigen: “Daarom … weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk van de Heer in de wetenschap dat uw werk niet vergeefs is in de Heer” (1Kor 15:58). “ …Veel meer is de bediening van de gerechtigheid overvloedig in heerlijkheid” (2Kor 3:8-11).

De overweldigende conclusie – niet alleen voor de gelovigen in Korinte – is:

“God is bij machte alle genade in overvloed jegens u te schenken, opdat u

in alle opzichten te allen tijde van alles genoeg hebbend
in alle goed werk overvloedig moge zijn” (2Kor 9:8)”
De God van méér dan overvloedige genade in Jezus Christus

Wij lazen eerst de Bijbelteksten met “overvloedig”. En dat is nog niet eens alles: er zijn werkwoorden die in het Grieks beginnen met ‘hyper’ : boven alles uit, bóvenmatig, buitengewoon, overtreffend, overweldigend, onuitsprekelijk. Het kan niet op!

De apostel Paulus toont duidelijk aan dat Gods genade in Jezus Christus de zonde van de mens en Gods doodstraf daarop verre te boven gaat: “Waar de zonde toenam, is evenwel de genade méér dan overvloedig geworden… opdat de genáde zou heersen door gerechtigheid tot het eeuwige leven door Jezus Christus, onze Heer” (Rom 5: 20). God heeft ons “met Christus levend gemaakt … en ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten in Christus Jezus òm in de komende eeuwen de alles overtreffende rijkdom van (zijn) genade over ons in Christus Jezus te tonen” (Ef 2: 5-7).

Paulus kent ook in zijn persoonlijk leven deze overweldigende genade, nadat hij “de gemeente van God bovenmate vervolgd en getracht had haar uit te roeien” (Gal 1:13; 1Tim 1: 13). Totdat de Here Jezus zich aan hem openbaarde. “Mij is ontferming bewezen … en zeer overvloedig is de genade van onze Heer geweest met geloof en liefde, die in Christus Jezus (zijn)” (1Tim 1:14; 2Tim 1:13).
Wie persoonlijk werkelijk de ontferming en genade van God in Christus Jezus ervaren heeft, kan alleen maar uitroepen: “Gode zij dank voor zijn onuitsprekelijk geschenk (2Kor 9:15).

Paulus’ getuigenis vanuit zijn christocentrische gezindheid is : “alles wat mij tot winst was, heb ik om Christus’ wil verlies (schade, nadeel) geacht, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Heer, dat alles te boven gaat . Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgeven …opdat ik Christus moge winnen … “ (Fil 3:4-11).
Hij is echter geen vrome egoïst. Zijn innige bede tot God is dan ook, om … “samen met alle heiligen te bevatten de liefde van Christus, die de (gewone) kennis te boven gaat (Ef 3:14-21) vgl. 1Joh 3:16; Joh 10: 11, 15, 17).
Ook bidt hij tot God voor de medegelovigen voor “verlichte ogen des harten, opdat u wéét … hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven …” (Ef 1:16-23).

“Mij, de aller geringste van alle heiligen, is de genade gegeven, aan de heidenen door het Evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen …”), belijdt Paulus (Ef 3: 9). Daarvoor zijn hem “buitengewone openbaringen” gegeven (2Kor 12:7) en in de afgodische stad Efeze “buitengewone krachten ter legitimatie èn van hem als apostel der heidenen èn van zijn evangelieboodschap (Hnd 19:11).

Hij noemt “het evangelie Gods over Zijn Zoon” (Rom 1:1-3), die Hij om zijn gehoorzaamheid tot de dood aan het kruis “bovenmatig verhoogd heeft” (Fil 2:9; Hnd 2:33, 36; 5:31) als “een schat”.
Maar hij ziet zich zelf als een “aarden vat” dat ter wille van Christus en het evangelie steeds “in de druk” is. In eigen innerlijke en fysieke kracht is hij daartegen niet opgewassen.
Aan het begin van deze brief schrijft Paulus openlijk t.a.v. de verdrukking, die hem en de zijnen in Asia was overkomen: “Bovenmate en boven vermogen hebben wij een zware last te dragen gehad, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten” (2Kor 1:8-10). Tegen zijn zin beschrijft hij diverse buitengewone lasten die hij te dragen heeft. (2Kor 12)

Toch geeft Paulus het niet op want “de kracht die alles te boven gaat is van God en niet van ons” (2Kor 4: 7). Hij weet: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of naaktheid of gevaar of het zwaard? Gelijk geschreven staat: Om uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen. Maar in dit alles zijn wij méér dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad” (Rom 8:35-39).

Ook kent hij de hemelse Zorginstantie, bij wie ieder kind van God zijn zorgen en wensen kan afgeven. Paulus kan dan ook niet anders dan deze Zorgdrager aanbevelen: “Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking mèt dankzegging bekend worden bij God. En de vrede van God , die alle verstand te boven gaat zal uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus” (Fil 4:6-7).
De apostel Paulus kent en verkondigt geen ‘halleluja-christendom’, laat staan een geestelijke dienst van ‘ik kwam, ik zag, ik overwon’. Hij kent in zijn intensieve dienst tranen en aanvechtingen (Hnd 20:19; 2Kor 7:5). Hij schrijft de gemeente in Korinte zelfs een brief “onder veel tranen” (2Kor 2:4). Hij koestert echter niet zijn droefheid, maar laat zich door God troosten – gewoon, doordat Hij Titus met goede berichten stuurde: “Ik ben vervuld van die troost, overstelpt met die blijdschap in al onze druk” (2Kor 7: 4, 6). Bovendien getuigt Paulus: “De lichte last van de verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid “ (2Kor 4:16-18).  Alleen al „de heerlijkheid van de bediening van het Nieuwe Verbond, des Geestes, der gerechtigheid, gaat de heerlijkheid van het Oude Verbond te boven” (2Kor 3:10-11).

Innerlijke overwinning omringd door moeilijke omstandigheden en moeilijke medemensen, innerlijke vrede hier en nu te midden van zorgen, blijdschap in alle druk en de blik op de uiteindelijke uitwerking van de lasten, die men in volharding draagt, namelijk eeuwige heerlijkheid, zijn grote en blijvende wonderen van “de God van de volharding en de vertroosting” (Rom 15:5). Hebben wij daar nog oog voor?
Degenen, die een of ander healthy – happy – wealthy -‘evangelie’ brengen en menen alle moeilijkheden te kunnen/moeten ‘gebieden’ of ze ‘weg-bidden’, zijn een blokkade voor deze kostbare, blijvende wonderen van God in Zijn kinderen.

Wanneer wij nu in verband met Gods genade en Gods hulp in het NT zoveel Bijbelteksten met woorden zoals overvloed, overvloedig lezen en andere teksten zoals méér dan overvloedig, zéér overvloedig, alles overtreffend, te boven gaand, onuitsprekelijk, onnaspeurlijk, buitengewoon, bovenmatig, overstelpend moeten wij dan niet op onze knieën vallen en God aanbidden en Hem danken voor een dergelijke alles overtreffende rijkdom in Jezus Christus en vooral voor Zijn onvoorstelbare, onverdiende genade? God heeft echt niet ‘méér’ te geven dan Zijn geliefde Zoon, Jezus Christus en alles in Hem tot Gods eer!

Moeten wij misschien tegelijkertijd ons diep buigen onder onze schuld, wanneer wij verlangden en ons uitstrekten ‘naar méér’, naar ‘meer van de Geest’, naar ‘meer ervaring’, naar ‘meer gevoel’ enz.? Hebben wij daarmee God, de Vader, niet ernstig beledigd en gekrenkt? “Laten wij ons neerwerpen en ons buigen, knielen voor de HERE (Ps 95: 6) en onze schuld tegenover Hem oprecht en concreet belijden.
Daarna hebben wij een Bijbels voorbeeld van “aanbidding in Geest en waarheid” op de knieën (Ef 3:14-21) in verband met de ”onnaspeurlijke rijkdom van Christus”:

“Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader …
opdat Hij u geve naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid
met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens,
opdat Christus door het geloof uw harten bewone …
Hem nu, die blijkens de kracht, die in ons werkt, bij machte is oneindig veel
meer te doen dan wij bidden of beseffen,

Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus
tot in alle geslachten,van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.

Els Nannen
Januari 2013